BWBR0044413
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 10
Regeling specifieke uitkering ventilatie in scholen
1. De gemeente is verplicht om:
a. de activiteiten die onderdeel uitmaken van het project, bedoeld in artikel 4, eerste lid, te starten uiterlijk 31 december 2023 en af te ronden uiterlijk 31 augustus 2025, dan wel te waarborgen dat het schoolbestuur dat subsidie of bekostiging ontvangt de activiteiten respectievelijk start en afrondt uiterlijk diezelfde datums;
b. opgedane kennis en ervaring te delen met het Kennis- en innovatieplatform verduurzaming maatschappelijk vastgoed;
c. medewerking te verlenen aan de minister bij het verzamelen van informatie ten behoeve van een evaluatie van deze regeling; en
d. onverwijld een schriftelijke melding te doen bij de minister indien aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt niet tijdig of geheel zullen worden verricht, dat niet tijdig of geheel aan de verplichtingen in dit artikel zal worden voldaan of zich andere omstandigheden zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijzigen of intrekken van de specifieke uitkering.
2. Indien uit de informatie, bedoeld in het eerste lid, onder d, blijkt dat de afronding van de activiteiten, buiten de schuld van de gemeente, niet mogelijk is voor de datum, genoemd in het eerste lid, onder a, kan de minister op schriftelijk en gemotiveerd verzoek bepalen dat de activiteiten op 28 februari 2026 afgerond dienen te worden.
3. De in een beschikking opgenomen uiterste datums voor het starten en het afronden van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden als ‘31 december 2023’ respectievelijk ‘31 augustus 2025’ gelezen.
a. de activiteiten die onderdeel uitmaken van het project, bedoeld in artikel 4, eerste lid, te starten uiterlijk 31 december 2023 en af te ronden uiterlijk 31 augustus 2025, dan wel te waarborgen dat het schoolbestuur dat subsidie of bekostiging ontvangt de activiteiten respectievelijk start en afrondt uiterlijk diezelfde datums;
b. opgedane kennis en ervaring te delen met het Kennis- en innovatieplatform verduurzaming maatschappelijk vastgoed;
c. medewerking te verlenen aan de minister bij het verzamelen van informatie ten behoeve van een evaluatie van deze regeling; en
d. onverwijld een schriftelijke melding te doen bij de minister indien aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt niet tijdig of geheel zullen worden verricht, dat niet tijdig of geheel aan de verplichtingen in dit artikel zal worden voldaan of zich andere omstandigheden zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijzigen of intrekken van de specifieke uitkering.
2. Indien uit de informatie, bedoeld in het eerste lid, onder d, blijkt dat de afronding van de activiteiten, buiten de schuld van de gemeente, niet mogelijk is voor de datum, genoemd in het eerste lid, onder a, kan de minister op schriftelijk en gemotiveerd verzoek bepalen dat de activiteiten op 28 februari 2026 afgerond dienen te worden.
3. De in een beschikking opgenomen uiterste datums voor het starten en het afronden van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden als ‘31 december 2023’ respectievelijk ‘31 augustus 2025’ gelezen.