BWBR0044408
Geldig vanaf 2020-12-01
Artikel 5
Regeling aanvullende arbeidsvoorwaarden luchtvaart politie
1. Hij, die de bevoegdheid tot het uitoefenen van de functie vlieger tijdelijk dan wel blijvend verliest, waarbij dit verlies niet aan grove nalatigheid of opzet van hemzelf is te wijten, behoudt gedurende zijn aanstelling bij de politie aanspraak op de volgende toelage, tenzij een of meer van de gronden, genoemd in de artikelen 83en 84 van het Besluit algemene rechtspositie politievan toepassing zijn:
a. gedurende 36 maanden 100% van de luchtvaarttoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin het verlies is ingegaan, indien ten minste tien jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst aangesteld is als bedoeld in artikel 2, derde lid;
b. gedurende 24 maanden 100% van de luchtvaarttoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin het verlies is ingegaan, indien vijf tot tien jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst aangesteld is als bedoeld in artikel 2, derde lid;
c. gedurende 12 maanden 100% van de luchtvaarttoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin het verlies is ingegaan, indien één tot vijf jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst aangesteld is als bedoeld in artikel 2, derde lid;
2. Aansluitend maakt hij gedurende het eerste, het tweede en het derde jaar nadat de periode, genoemd in het eerste lid, is beëindigd aanspraak op een bedrag ter grootte van respectievelijk 75%, 50% en 25% van de luchtvaarttoelage, bedoeld in het eerste lid.
3. In afwijking van het eerste lid behoudt de vlieger de maandelijkse luchtvaarttoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin het verlies is ingegaan, indien hij:
a. op het moment van het verlies 50 jaar of ouder is en langer dan 10 jaar de luchtvaarttoelage heeft genoten; of
b. op 1 januari 2007 reeds de functie van vlieger vervulde in dienst van de politie en op het moment van het verlies na 1 november 2008 langer dan 20 jaar de luchtvaarttoelage heeft genoten.
a. gedurende 36 maanden 100% van de luchtvaarttoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin het verlies is ingegaan, indien ten minste tien jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst aangesteld is als bedoeld in artikel 2, derde lid;
b. gedurende 24 maanden 100% van de luchtvaarttoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin het verlies is ingegaan, indien vijf tot tien jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst aangesteld is als bedoeld in artikel 2, derde lid;
c. gedurende 12 maanden 100% van de luchtvaarttoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin het verlies is ingegaan, indien één tot vijf jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst aangesteld is als bedoeld in artikel 2, derde lid;
2. Aansluitend maakt hij gedurende het eerste, het tweede en het derde jaar nadat de periode, genoemd in het eerste lid, is beëindigd aanspraak op een bedrag ter grootte van respectievelijk 75%, 50% en 25% van de luchtvaarttoelage, bedoeld in het eerste lid.
3. In afwijking van het eerste lid behoudt de vlieger de maandelijkse luchtvaarttoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin het verlies is ingegaan, indien hij:
a. op het moment van het verlies 50 jaar of ouder is en langer dan 10 jaar de luchtvaarttoelage heeft genoten; of
b. op 1 januari 2007 reeds de functie van vlieger vervulde in dienst van de politie en op het moment van het verlies na 1 november 2008 langer dan 20 jaar de luchtvaarttoelage heeft genoten.