BWBR0044407
Geldig vanaf 23-03-2022
Artikel 6.14a
Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Sint Eustatius
1. De artikelen 6.12, eerste lid, en 14, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing, indien een persoon, komend uit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, na overleg met de gezaghebber, aangewezen hoogrisicogebied B of het Europese deel van Nederland, aan de aanbieder van personenvervoer en aan een toezichthouder een op hem betrekking hebbend bewijs van vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 kan tonen waaruit blijkt dat de vaccinatie met het covid-19-vaccin Janssen, registratienummer EU/1/20/1525, ten minste achtentwintig dagen voor het moment van aankomst in Sint Eustatius is voltooid of de vaccinatie met een ander vaccin ten minste veertien dagen voor het moment van aankomst in Sint Eustatius is voltooid, tenzij de vaccinatie is voltooid in de periode van veertien dagen voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit artikelonderdeel.
2. Artikel 6.13, eerste en tweede lid, is niet van toepassing, indien een persoon, komend uit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, na overleg met de gezaghebber, aangewezen hoogrisicogebied A of het Europese deel van Nederland, aan de aanbieder van personenvervoer en aan een toezichthouder een op hem betrekking hebbend bewijs van vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 kan tonen waaruit blijkt dat de vaccinatie met het covid-19-vaccin Janssen, registratienummer EU/1/20/1525, ten minste achtentwintig dagen voor het moment van aankomst in Sint Eustatius is voltooid of de vaccinatie met een ander vaccin ten minste veertien dagen voor het moment van aankomst in Sint Eustatius is voltooid, tenzij de vaccinatie is voltooid in de periode van veertien dagen voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit artikelonderdeel.
3. Een vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 bestaat uit toediening van een vaccin tegen een infectie veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2, dat is goedgekeurd door het College ter beoordeling van geneesmiddelen of het Europees Medicijn Agentschap of door de WHO is opgenomen op de Emergency Use Listing. Zij is voltooid indien:
a. de vaccinatie bestaat uit de toediening van één vaccin en dit vaccin is toegediend; of
b. de vaccinatie bestaat uit de toediening van twee vaccins; en 1°. beide vaccins zijn toegediend met inachtneming van het aanbevolen interval; of
2°. één vaccin is toegediend en is bevestigd dat de gevaccineerde persoon blijkens een positieve testuitslag eerder geïnfecteerd is geweest met het virus SARS-CoV-2.
1°. beide vaccins zijn toegediend met inachtneming van het aanbevolen interval; of
2°. één vaccin is toegediend en is bevestigd dat de gevaccineerde persoon blijkens een positieve testuitslag eerder geïnfecteerd is geweest met het virus SARS-CoV-2.
4. Een bewijs van voltooide vaccinatie bevat in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans:
a. gegevens waaruit valt te herleiden wie de persoon is die is gevaccineerd;
b. gegevens waaruit blijkt dat een vaccinatie tegen het virus SARS-Cov-2 is toegediend en is voltooid;
c. de merknaam en de naam van de fabrikant of handelsvergunninghouder van elk vaccin dat is toegediend;
d. de datum van toediening van elk vaccin dat is toegediend;
e. de afgever van het bewijs van vaccinatie.
2. Artikel 6.13, eerste en tweede lid, is niet van toepassing, indien een persoon, komend uit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, na overleg met de gezaghebber, aangewezen hoogrisicogebied A of het Europese deel van Nederland, aan de aanbieder van personenvervoer en aan een toezichthouder een op hem betrekking hebbend bewijs van vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 kan tonen waaruit blijkt dat de vaccinatie met het covid-19-vaccin Janssen, registratienummer EU/1/20/1525, ten minste achtentwintig dagen voor het moment van aankomst in Sint Eustatius is voltooid of de vaccinatie met een ander vaccin ten minste veertien dagen voor het moment van aankomst in Sint Eustatius is voltooid, tenzij de vaccinatie is voltooid in de periode van veertien dagen voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit artikelonderdeel.
3. Een vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 bestaat uit toediening van een vaccin tegen een infectie veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2, dat is goedgekeurd door het College ter beoordeling van geneesmiddelen of het Europees Medicijn Agentschap of door de WHO is opgenomen op de Emergency Use Listing. Zij is voltooid indien:
a. de vaccinatie bestaat uit de toediening van één vaccin en dit vaccin is toegediend; of
b. de vaccinatie bestaat uit de toediening van twee vaccins; en 1°. beide vaccins zijn toegediend met inachtneming van het aanbevolen interval; of
2°. één vaccin is toegediend en is bevestigd dat de gevaccineerde persoon blijkens een positieve testuitslag eerder geïnfecteerd is geweest met het virus SARS-CoV-2.
1°. beide vaccins zijn toegediend met inachtneming van het aanbevolen interval; of
2°. één vaccin is toegediend en is bevestigd dat de gevaccineerde persoon blijkens een positieve testuitslag eerder geïnfecteerd is geweest met het virus SARS-CoV-2.
4. Een bewijs van voltooide vaccinatie bevat in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans:
a. gegevens waaruit valt te herleiden wie de persoon is die is gevaccineerd;
b. gegevens waaruit blijkt dat een vaccinatie tegen het virus SARS-Cov-2 is toegediend en is voltooid;
c. de merknaam en de naam van de fabrikant of handelsvergunninghouder van elk vaccin dat is toegediend;
d. de datum van toediening van elk vaccin dat is toegediend;
e. de afgever van het bewijs van vaccinatie.
- Citeren als
- Art. 6.14a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044407
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl