BWBR0044402
Geldig vanaf 11-01-2024
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Amsterdam 2020, domein I
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste, derde en vierde lid (vervoersfouillering), van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van het vrijheidsbeperkend middel handboeien en het geweldsmiddel korte wapenstok.
De gebruikmaking van het geweldsmiddel korte wapenstok wordt toegekend onder de randvoorwaarden zoals gesteld op basis van artikel 29 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar in de adviezen van de toezichthouders. Hiertoe vindt op basis van artikel 40 en 41 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regulier overleg plaats.
De toekenning van de korte wapenstok geldt alleen voor de buitengewoon opsporingsambtenaren die werkzaam zijn in het stadsdeel Centrum en niet buiten het grondgebied van het stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam.
De gebruikmaking van het geweldsmiddel korte wapenstok wordt toegekend onder de randvoorwaarden zoals gesteld op basis van artikel 29 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar in de adviezen van de toezichthouders. Hiertoe vindt op basis van artikel 40 en 41 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regulier overleg plaats.
De toekenning van de korte wapenstok geldt alleen voor de buitengewoon opsporingsambtenaren die werkzaam zijn in het stadsdeel Centrum en niet buiten het grondgebied van het stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044402
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl