BWBR0044342
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 2
Besluit verzekeringskeuringen ex-kankerpatiënten
1. De vraag of er bij een keurling in het verleden kanker is gediagnosticeerd is een onevenredige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de keurling in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet op de medische keuringen, indien:
a. er naar het oordeel van de hulpverlener die de keurling heeft behandeld, sprake was van volledige remissie, inhoudende dat de ziekteactiviteit naar het oordeel van die hulpverlener niet meer detecteerbaar is; en
b. er, gerekend vanaf het moment waarop volledige remissie in de zin van onderdeel a wordt vastgesteld, gedurende een onafgebroken periode van tien jaar geen terugkeer van de kanker is gediagnosticeerd.
2. Indien de keurling op het moment dat de kanker werd gediagnosticeerd jonger was dan 21 jaar, bedraagt de in het eerste lid van dit artikel bedoelde termijn vijf jaar.
a. er naar het oordeel van de hulpverlener die de keurling heeft behandeld, sprake was van volledige remissie, inhoudende dat de ziekteactiviteit naar het oordeel van die hulpverlener niet meer detecteerbaar is; en
b. er, gerekend vanaf het moment waarop volledige remissie in de zin van onderdeel a wordt vastgesteld, gedurende een onafgebroken periode van tien jaar geen terugkeer van de kanker is gediagnosticeerd.
2. Indien de keurling op het moment dat de kanker werd gediagnosticeerd jonger was dan 21 jaar, bedraagt de in het eerste lid van dit artikel bedoelde termijn vijf jaar.