BWBR0044294
Geldig vanaf 2020-11-04
Artikel 3
Regeling tijdelijke vrijstelling vervoer ziekenhuisafval van patiënten met COVID-19 en testlocaties COVID-19 besmettingen
Bij het vervoer, bedoeld in artikel 2, wordt het volgende in acht genomen:
a. het afval wordt verpakt in goed gesloten speciale zakken. Deze zakken moeten een minimale dikte hebben van 75 ųm;
b. de zakken, bedoeld in onderdeel a, worden los gestort vervoerd onder de voorwaarden van VC1 of VC2 van sectie 7.3.3.1 van bijlage 1 bij de VLG, met dien verstande dat deze alleen als los gestort goed in gesloten of met dekzeil uitgeruste containers of bulkcontainers mogen worden vervoerd;
c. voor aanvang van beladen van de verpakkingen in de transporteenheid moeten de verpakker en de belader zich ervan vergewissen dat iedere verpakking goed is afgesloten en dat de transporteenheid vrij is van scherpe delen of andere gebreken die de verpakkingen zouden kunnen beschadigen, teneinde te voorkomen dat enig materiaal gedurende het vervoer vrijkomt;
d. indien er sprake is van enige vochtigheid van het droge afval moet absorberend materiaal aan de zakken worden toegevoegd;
e. de vervoerder moet beschikken over procedures welke betrekking hebben op het vrijkomen van het afval waarin bepalingen zijn opgenomen voor de ontsmetting indien de afvalstoffen onbedoeld vrijkomen;
f. geen ander ziekenhuisafval of andere gevaarlijke goederen mogen in dezelfde container of bulkcontainer worden vervoerd; en
g. het afval mag niet worden gemengd met afval dat valt onder Euralcode 18 01 04 of met afval waarvan het infectierisico door decontaminatie is weggenomen.
a. het afval wordt verpakt in goed gesloten speciale zakken. Deze zakken moeten een minimale dikte hebben van 75 ųm;
b. de zakken, bedoeld in onderdeel a, worden los gestort vervoerd onder de voorwaarden van VC1 of VC2 van sectie 7.3.3.1 van bijlage 1 bij de VLG, met dien verstande dat deze alleen als los gestort goed in gesloten of met dekzeil uitgeruste containers of bulkcontainers mogen worden vervoerd;
c. voor aanvang van beladen van de verpakkingen in de transporteenheid moeten de verpakker en de belader zich ervan vergewissen dat iedere verpakking goed is afgesloten en dat de transporteenheid vrij is van scherpe delen of andere gebreken die de verpakkingen zouden kunnen beschadigen, teneinde te voorkomen dat enig materiaal gedurende het vervoer vrijkomt;
d. indien er sprake is van enige vochtigheid van het droge afval moet absorberend materiaal aan de zakken worden toegevoegd;
e. de vervoerder moet beschikken over procedures welke betrekking hebben op het vrijkomen van het afval waarin bepalingen zijn opgenomen voor de ontsmetting indien de afvalstoffen onbedoeld vrijkomen;
f. geen ander ziekenhuisafval of andere gevaarlijke goederen mogen in dezelfde container of bulkcontainer worden vervoerd; en
g. het afval mag niet worden gemengd met afval dat valt onder Euralcode 18 01 04 of met afval waarvan het infectierisico door decontaminatie is weggenomen.