BWBR0044272
Geldig vanaf 2020-12-03
Artikel 4e
Regeling maatregelen preventie vogelgriep 2020
1. Het is verboden pluimvee, met uitzondering van eendagskuikens, te vervoeren tussen inrichtingen waar pluimvee commercieel wordt gehouden.
2. In afwijking van het eerste lid is het vervoer toegestaan indien:
a. het vervoer rechtstreeks plaats vindt,
b. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol, en
c. het pluimvee vergezeld gaat van een verklaring, die minder dan 24 uur oud is, van een dierenarts dat het pluimvee dat wordt gehouden in de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt, op basis van een klinische inspectie geen ziekteverschijnselen vertoont.
3. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onder c, bevat in elk geval:
a. de datum en het tijdstip van de klinische inspectie;
b. de contactgegevens en het registratienummer, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren van de houder van de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt;
c. de bevindingen van de klinische inspectie;
d. naam en handtekening van de dierenarts.
4. De houder van de inrichting waar het pluimvee wordt afgeleverd, bewaart de in het tweede lid, onder c, bedoelde verklaring gedurende zes maanden.
2. In afwijking van het eerste lid is het vervoer toegestaan indien:
a. het vervoer rechtstreeks plaats vindt,
b. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol, en
c. het pluimvee vergezeld gaat van een verklaring, die minder dan 24 uur oud is, van een dierenarts dat het pluimvee dat wordt gehouden in de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt, op basis van een klinische inspectie geen ziekteverschijnselen vertoont.
3. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onder c, bevat in elk geval:
a. de datum en het tijdstip van de klinische inspectie;
b. de contactgegevens en het registratienummer, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren van de houder van de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt;
c. de bevindingen van de klinische inspectie;
d. naam en handtekening van de dierenarts.
4. De houder van de inrichting waar het pluimvee wordt afgeleverd, bewaart de in het tweede lid, onder c, bedoelde verklaring gedurende zes maanden.