BWBR0044213
Geldig vanaf 2020-10-16
Artikel 2
Besluit vaststelling beleidsregel extern salderen
1. Bij het besluit op een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherminggebaseerd op extern salderen of verleasen, wordt uitsluitend de emissie betrokken die kan plaatsvinden op grond van de toegestane en feitelijk gerealiseerde capaciteit voor de activiteit van de saldogever of verleaser. Van de emissieruimte die beschikbaar wordt gesteld ten gunste van de te vergunnen activiteit wordt 30% afgeroomd, met dien verstande dat ingeval van verleasen de afgeroomde emissieruimte na verloop van de geldigheidsduur van de vergunning weer beschikbaar komt voor de activiteit van de verleaser.
2. Een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.10a, tweede lid, van het Besluit omgevingsrechtvoor een besluit op een aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechten artikel 2.2aa, onder a, van het Besluit omgevingsrechtgebaseerd op extern salderen of verleasen, wordt uitsluitend verleend als bij dat besluit uitsluitend emissie wordt betrokken die kan plaatsvinden op grond van de toegestane en feitelijk gerealiseerde capaciteit voor de activiteit van de saldogever of verleaser en toepassing is gegeven aan de afroming, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.
3. Bij de beoordeling van de feitelijk gerealiseerde capaciteit, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt uitgegaan van de op het moment van indienen van de aanvraag overeenkomstig het betrokken toestemmingsbesluit volledig gerealiseerde installaties, gebouwen, infrastructuur of overige voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteit.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid, blijft 30% afroming achterwege en wordt 100% van de feitelijk gerealiseerde capaciteit betrokken, wanneer sprake is van een bedrijfsverplaatsing die noodzakelijk is om de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied te realiseren.
2. Een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.10a, tweede lid, van het Besluit omgevingsrechtvoor een besluit op een aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechten artikel 2.2aa, onder a, van het Besluit omgevingsrechtgebaseerd op extern salderen of verleasen, wordt uitsluitend verleend als bij dat besluit uitsluitend emissie wordt betrokken die kan plaatsvinden op grond van de toegestane en feitelijk gerealiseerde capaciteit voor de activiteit van de saldogever of verleaser en toepassing is gegeven aan de afroming, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.
3. Bij de beoordeling van de feitelijk gerealiseerde capaciteit, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt uitgegaan van de op het moment van indienen van de aanvraag overeenkomstig het betrokken toestemmingsbesluit volledig gerealiseerde installaties, gebouwen, infrastructuur of overige voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteit.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid, blijft 30% afroming achterwege en wordt 100% van de feitelijk gerealiseerde capaciteit betrokken, wanneer sprake is van een bedrijfsverplaatsing die noodzakelijk is om de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied te realiseren.