BWBR0044207
Geldig vanaf 12-09-2024
Artikel 10
Regeling toezicht en handhaving Gedragscode Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
1. Het Kamerlid op wie de rapportage, bedoeld in artikel 9, betrekking heeft, kan binnen twee weken na ontvangst van de rapportage beroep instellen bij de Kamer. In dat geval maakt het Presidium de rapportage niet openbaar.
2. De Kamer stelt, op voordracht van het Presidium, een tijdelijk college van beroep in. Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing.
3. Het tijdelijk college van beroep heeft tot taak om met inachtneming van de rapportage en de relevante feiten en omstandigheden te beoordelen of het College redelijkerwijs tot haar oordeel heeft kunnen komen.
4. Het tijdelijk college van beroep zendt haar schriftelijke oordeel aan het Presidium en aan het Kamerlid die het betreft. Na de toezending is het tijdelijke college van beroep opgeheven.
5. Het Presidium maakt het oordeel onverwijld na de toezending ervan openbaar tezamen met de rapportage.
6. Artikel 9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. De Kamer stelt, op voordracht van het Presidium, een tijdelijk college van beroep in. Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing.
3. Het tijdelijk college van beroep heeft tot taak om met inachtneming van de rapportage en de relevante feiten en omstandigheden te beoordelen of het College redelijkerwijs tot haar oordeel heeft kunnen komen.
4. Het tijdelijk college van beroep zendt haar schriftelijke oordeel aan het Presidium en aan het Kamerlid die het betreft. Na de toezending is het tijdelijke college van beroep opgeheven.
5. Het Presidium maakt het oordeel onverwijld na de toezending ervan openbaar tezamen met de rapportage.
6. Artikel 9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044207
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl