BWBR0044170
Geldig vanaf 2020-10-03
Artikel 3
Tijdelijke stimuleringsregeling veilig, doelmatig en duurzaam gebruik verkeersinfrastructuur 2020
Tot het in artikel 2genoemde doel kan de minister overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het kader van de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2018 en 2019 op aanvraag van een provincie of gemeente een specifieke uitkering verstrekken voor:
a. proeven met maatregelen waarmee wordt beoogd dat kinderen en jongeren veilig per fiets naar school kunnen gaan;
b. organisatorische inbedding van levering van actuele en betrouwbare data voor digitale mobiliteitsdiensten en het data-gedreven uitvoeren van overheidstaken in het mobiliteitsdomein;
c. aanschaf, installatie van intelligente verkeersregelinstallaties of onderdelen hiervan en aansluiting op een landelijk datanetwerk van intelligente verkeersregelinstallaties;
d. onderzoek naar mogelijkheden om gebruik van het openbaar vervoer door studenten beter te spreiden en het aantal reisbewegingen te verminderen;
e. ondersteuning bij kennisuitwisseling en planvorming door werkgevers en advisering aan werkgevers ten behoeve van verduurzaming van woon-werkverkeer;
f. stimulering door werkgevers van gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer en zakelijk verkeer; of
g. advies en ondersteuning bij het opstellen van een regionaal plan van aanpak voor verkeer en vervoer van goederen gericht op verbetering van de bereikbaarheid en vermindering van CO2-emissie.
a. proeven met maatregelen waarmee wordt beoogd dat kinderen en jongeren veilig per fiets naar school kunnen gaan;
b. organisatorische inbedding van levering van actuele en betrouwbare data voor digitale mobiliteitsdiensten en het data-gedreven uitvoeren van overheidstaken in het mobiliteitsdomein;
c. aanschaf, installatie van intelligente verkeersregelinstallaties of onderdelen hiervan en aansluiting op een landelijk datanetwerk van intelligente verkeersregelinstallaties;
d. onderzoek naar mogelijkheden om gebruik van het openbaar vervoer door studenten beter te spreiden en het aantal reisbewegingen te verminderen;
e. ondersteuning bij kennisuitwisseling en planvorming door werkgevers en advisering aan werkgevers ten behoeve van verduurzaming van woon-werkverkeer;
f. stimulering door werkgevers van gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer en zakelijk verkeer; of
g. advies en ondersteuning bij het opstellen van een regionaal plan van aanpak voor verkeer en vervoer van goederen gericht op verbetering van de bereikbaarheid en vermindering van CO2-emissie.