BWBR0044161
Geldig vanaf 2020-10-02
Artikel 2
Mandaatbesluit handhaving naleving UBO-registratie Handelsregisterwet 2007
1. Aan de Algemeen directeur van de Directie Grote ondernemingen van de Belastingdienst wordt machtiging en volmacht verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen of rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in de artikelen 47aen 47b van de Handelsregisterwet 2007.
2. Aan de Algemeen directeur van de Directie Grote ondernemingen van de Belastingdienst wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de bevoegdheid om verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in de artikelen 47aen 47b van de Handelsregisterwet 2007, in te vorderen bij dwangbevel.
3. De Algemeen directeur van de Directie Grote ondernemingen van de Belastingdienst kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, machtiging, respectievelijk volmacht of ondermandaat verlenen aan een niet-ondergeschikte partij, zijnde het Centraal Justitieel Incassobureau.
4. De Algemeen directeur van de Directie Grote ondernemingen van de Belastingdienst kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, machtiging, respectievelijk volmacht of ondermandaat verlenen aan medewerkers van de Directie Grote ondernemingen, Bureau Economische Handhaving, van de Belastingdienst.
2. Aan de Algemeen directeur van de Directie Grote ondernemingen van de Belastingdienst wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de bevoegdheid om verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in de artikelen 47aen 47b van de Handelsregisterwet 2007, in te vorderen bij dwangbevel.
3. De Algemeen directeur van de Directie Grote ondernemingen van de Belastingdienst kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, machtiging, respectievelijk volmacht of ondermandaat verlenen aan een niet-ondergeschikte partij, zijnde het Centraal Justitieel Incassobureau.
4. De Algemeen directeur van de Directie Grote ondernemingen van de Belastingdienst kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, machtiging, respectievelijk volmacht of ondermandaat verlenen aan medewerkers van de Directie Grote ondernemingen, Bureau Economische Handhaving, van de Belastingdienst.