BWBR0044145
Geldig vanaf 2022-03-28
Artikel 9
Subsidieregeling versterking gebouwen Groningen
1. De versterkingsubsidie is, met inachtneming van het tweede lid, gelijk aan de som van de subsidiabele kosten voor de versterking van het gebouw.
2. De subsidie, in voorkomend geval verminderd met toepassing van het zevende lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat wordt berekend op grond van de formule (1,5 x h) - n + b, waarbij ‘h’ de herbouwwaarde is, ‘n’ de kosten voor de uitvoering van maatregelen die niet in eigen beheer plaatsvindt en ‘b’ het bedrag van de financiële gevolgen, bedoeld in artikel 1, tweede, lid.
3. Voor maatregelen aan een gebouw die zijn vermeld in een catalogus, die wordt gepubliceerd op de website van de NCG, zijn de subsidiabele kosten de forfaitaire bedragen die voor die maatregelen op de datum van de beschikking tot verlening van de subsidie in de catalogus zijn vermeld.
4. Het derde lid is niet van toepassing, indien in bijzondere omstandigheden het forfaitaire bedrag voor een maatregel naar het oordeel van de minister aantoonbaar en substantieel lager is dan het bedrag dat in die omstandigheden werkelijk benodigd is voor de uitvoering van die maatregel.
5. Bij toepassing van het tweede lid worden de kosten voor het niet in eigen beheer uitvoeren van maatregelen berekend op basis van een methode die gebaseerd is op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
6. De minister kan een lagere subsidie verlenen dan berekend op grond van het eerste lid, voor zover de maatregelen tevens voorzien in herstel van schade en dit redelijk is, rekening houdend met uitgekeerde of uit te keren vergoeding van deze schade.
7. Voor zover forfaitaire bedragen als bedoeld in het derde lid na de datum van de beschikking tot verlening van de versterkingsubsidie, maar voor de datum van vaststelling van de subsidie worden gewijzigd en het subsidiebedrag met toepassing van de gewijzigde bedragen hoger zou zijn dan de verleende subsidie, wordt het subsidiebedrag ambtshalve in dat hogere bedrag gewijzigd.
2. De subsidie, in voorkomend geval verminderd met toepassing van het zevende lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat wordt berekend op grond van de formule (1,5 x h) - n + b, waarbij ‘h’ de herbouwwaarde is, ‘n’ de kosten voor de uitvoering van maatregelen die niet in eigen beheer plaatsvindt en ‘b’ het bedrag van de financiële gevolgen, bedoeld in artikel 1, tweede, lid.
3. Voor maatregelen aan een gebouw die zijn vermeld in een catalogus, die wordt gepubliceerd op de website van de NCG, zijn de subsidiabele kosten de forfaitaire bedragen die voor die maatregelen op de datum van de beschikking tot verlening van de subsidie in de catalogus zijn vermeld.
4. Het derde lid is niet van toepassing, indien in bijzondere omstandigheden het forfaitaire bedrag voor een maatregel naar het oordeel van de minister aantoonbaar en substantieel lager is dan het bedrag dat in die omstandigheden werkelijk benodigd is voor de uitvoering van die maatregel.
5. Bij toepassing van het tweede lid worden de kosten voor het niet in eigen beheer uitvoeren van maatregelen berekend op basis van een methode die gebaseerd is op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
6. De minister kan een lagere subsidie verlenen dan berekend op grond van het eerste lid, voor zover de maatregelen tevens voorzien in herstel van schade en dit redelijk is, rekening houdend met uitgekeerde of uit te keren vergoeding van deze schade.
7. Voor zover forfaitaire bedragen als bedoeld in het derde lid na de datum van de beschikking tot verlening van de versterkingsubsidie, maar voor de datum van vaststelling van de subsidie worden gewijzigd en het subsidiebedrag met toepassing van de gewijzigde bedragen hoger zou zijn dan de verleende subsidie, wordt het subsidiebedrag ambtshalve in dat hogere bedrag gewijzigd.