BWBR0044108
Geldig vanaf 2020-11-01
Artikel 75
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020
1. Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:
a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 55f, eerste lid, van het besluit, voor de vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
b. voor de vermindering van broeikasgas het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren;
c. het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, eerste lid, van het besluit, voor de vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en
d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2020 vastgesteld op: 1°. voor wat betreft de prijs van het primaire product, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
2°. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het besluit op € 0 per kWh; en
3°. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het besluit het in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.
1°. voor wat betreft de prijs van het primaire product, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
2°. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het besluit op € 0 per kWh; en
3°. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het besluit het in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.
2. De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in de artikelen, 60, eerste lid, en 66, die in aanmerking komt voor subsidie bedraagt in de kalenderjaren 2021 tot en met 2026 ten hoogste de productie bij het respectievelijke aantal vollasturen, bedoeld in de onderstaande tabel.
[tabel]
a. het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 55f, eerste lid, van het besluit, voor de vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
b. voor de vermindering van broeikasgas het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren;
c. het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, eerste lid, van het besluit, voor de vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en
d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2020 vastgesteld op: 1°. voor wat betreft de prijs van het primaire product, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
2°. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het besluit op € 0 per kWh; en
3°. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het besluit het in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.
1°. voor wat betreft de prijs van het primaire product, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
2°. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het besluit op € 0 per kWh; en
3°. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het besluit het in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.
2. De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in de artikelen, 60, eerste lid, en 66, die in aanmerking komt voor subsidie bedraagt in de kalenderjaren 2021 tot en met 2026 ten hoogste de productie bij het respectievelijke aantal vollasturen, bedoeld in de onderstaande tabel.
[tabel]