BWBR0044101
Geldig vanaf 2020-09-22
Artikel 6
Beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19 II
1. Op verzoek van de minister toont de aanvrager aan dat hij voldoet aan de voorwaarden van deze beleidsregel door het overleggen van:
a. een overzicht van de omzet van de amateursportorganisatie waaruit blijkt dat deze een omzetverlies van ten minste 20% heeft geleden in periode 1 of periode 2;
b. de facturen op naam van de amateursportorganisatie voor haar doorlopende lasten;
c. indien een factuur, bedoeld in onderdeel b, meer dan € 1.000 bedraagt, een betalingsbewijs voor die factuur, waaruit blijkt dat de amateursportorganisatie de factuur heeft betaald; en
d. een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming of subsidie op grond van de TOGS, de TVL, de NOW en de Tozo.
2. De minister kan een besluit tot toekenning van een tegemoetkoming intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen indien:
a. de aanvrager aan wie een tegemoetkoming is toegekend onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft, waardoor een tegemoetkoming ten onrechte is toegekend;
b. het besluit tot toekenning van een tegemoetkoming anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist, dan wel behoorde te weten.
3. De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen aan tegemoetkoming terugvorderen.
a. een overzicht van de omzet van de amateursportorganisatie waaruit blijkt dat deze een omzetverlies van ten minste 20% heeft geleden in periode 1 of periode 2;
b. de facturen op naam van de amateursportorganisatie voor haar doorlopende lasten;
c. indien een factuur, bedoeld in onderdeel b, meer dan € 1.000 bedraagt, een betalingsbewijs voor die factuur, waaruit blijkt dat de amateursportorganisatie de factuur heeft betaald; en
d. een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming of subsidie op grond van de TOGS, de TVL, de NOW en de Tozo.
2. De minister kan een besluit tot toekenning van een tegemoetkoming intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen indien:
a. de aanvrager aan wie een tegemoetkoming is toegekend onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft, waardoor een tegemoetkoming ten onrechte is toegekend;
b. het besluit tot toekenning van een tegemoetkoming anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist, dan wel behoorde te weten.
3. De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen aan tegemoetkoming terugvorderen.