BWBR0044078
Geldig vanaf 2020-09-15
Artikel 6
Instellingsbesluit Jeugdautoriteit
1. De Jeugdautoriteit stelt zijn eigen werkwijze vast na afstemming met de Ministers.
2. De Jeugdautoriteit en de Ministers komen een relatiestatuut met betrekking tot hun onderlinge werkrelatie en informatieverkeer overeen.
3. De Jeugdautoriteit maakt samenwerkingsafspraken met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Nederlandse Zorgautoriteit. De Jeugdautoriteit kan tevens met andere partijen samenwerkingsafspraken maken, als dat nodig is voor de uitoefening van haar taak.
4. De Jeugdautoriteit kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de invulling van zijn taak nodig is.
2. De Jeugdautoriteit en de Ministers komen een relatiestatuut met betrekking tot hun onderlinge werkrelatie en informatieverkeer overeen.
3. De Jeugdautoriteit maakt samenwerkingsafspraken met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Nederlandse Zorgautoriteit. De Jeugdautoriteit kan tevens met andere partijen samenwerkingsafspraken maken, als dat nodig is voor de uitoefening van haar taak.
4. De Jeugdautoriteit kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de invulling van zijn taak nodig is.