BWBR0044041
Geldig vanaf 01-08-2022
Artikel 18
Regeling voorzieningenplanning vo CN 2020
1. De Minister verstrekt aan een nieuwe school in het eerste kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet ontvangt, ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van 1,5 maal het bedrag per school als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.
2. De Minister verstrekt aan een nieuwe school in het tweede kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet ontvangt, ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van het bedrag per school als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.
3. De Minister verstrekt aan een nieuwe school vanaf het derde kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet ontvangt, tot en met het kalenderjaar waarin de school volgroeid is ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van de helft van het bedrag per school als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.
4. De Minister betaalt de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, in de maand augustus.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt in december van het lopende schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het daaropvolgende schooljaar nader gewijzigd vastgesteld op basis van het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op 1 oktober in het voorafgaande schooljaar stond ingeschreven bij de school.
2. De Minister verstrekt aan een nieuwe school in het tweede kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet ontvangt, ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van het bedrag per school als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.
3. De Minister verstrekt aan een nieuwe school vanaf het derde kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet ontvangt, tot en met het kalenderjaar waarin de school volgroeid is ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van de helft van het bedrag per school als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.
4. De Minister betaalt de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, in de maand augustus.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt in december van het lopende schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het daaropvolgende schooljaar nader gewijzigd vastgesteld op basis van het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op 1 oktober in het voorafgaande schooljaar stond ingeschreven bij de school.
- Citeren als
- Art. 18
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044041
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl