BWBR0044002
Geldig vanaf 01-09-2020
Artikel 6
Regeling registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch-specialistische zorg
1. De instelling berekent van alle declarabele zorgproducten afzonderlijk kostprijzen. Het totaal van de aan de zorgproducten toegerekende kosten plus de kosten van zwevende verrichtingen moet gelijk zijn aan het totaal van de kosten welke aan alle kostendragers zijn toegerekend.
2. De instelling is verplicht om jaarlijks haar kostprijzen aan te leveren van de (gesloten) dbc-zorgproducten en overige zorgproducten binnen het gereguleerde segment waarvoor een tarief in rekening is of had kunnen worden gebracht.
3. In aanvulling op het tweede lid geldt voor algemene ziekenhuizen en universitaire medische centra dat zij verplicht zijn om jaarlijks ook hun kostprijzen aan te leveren van de (gesloten) dbc-zorgproducten in het vrije segment waarvoor een tarief in rekening is of had kunnen worden gebracht.
4. De instelling is verplicht om uiterlijk 1 september jaar t+1 kostprijzen aan te leveren over jaar t op basis van het werkelijke gerealiseerde volume (in kostendragers) in jaar t.
5. De instelling maakt voor deze aanlevering gebruik van een aanleversjabloon dat als bijlage 2 deel uitmaakt van deze regeling.
6. De instelling levert bovengenoemde kostprijzen aan uitgesplitst naar zorgproducten en onderverdeeld in de volgende kostencategorieën:
• Personeelskosten: MSB
• Personeelskosten: Medisch specialisten (loondienst)
• Personeelskosten: Overig
• Materiële kosten: Kunst- en hulpmiddelen, implantaten
• Materiële kosten: Overig
• Gebouwgebonden kosten
• Medische en overige inventaris
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage medische vervolgopleidingen (mvo)
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage academisch zorg – variabel deel
• Opbrengsten: overige beschikbaarheidbijdrage(n)
• Opbrengsten: overige opbrengsten
• Kosten voor zorg uitgevoerd door derden (voor zorg die geheel of deels wordt uitbesteed)
• Totale directe kosten
• Totale indirecte kosten
De som van de kostencategorieën totale directe kosten en totale indirecte kosten is gelijk aan de som van alle overige kostencategorieën.
7. De kosten voor add-on geneesmiddelen worden per ZI-nummer aangeleverd op een apart tabblad in het aanleversjabloon dat als bijlage 2 aan deze regeling is gehecht. Het betreft hier alleen de materiële kosten van de geneesmiddelen. Toedienings- en bereidingskosten mogen niet aan de kostprijzen van add-ons toegerekend worden. Deze kosten moeten opgenomen worden in de kostprijzen van de dbc-zorgproducten.
8. De instelling draagt er zorg voor dat een accountant de juistheid van de op grond van dit artikel verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt. De gegevens worden gecontroleerd aan de hand van de onderzoeksvragen zoals geformuleerd in Bijlage 1. Dit betreft een COS-4400N onderzoek. De accountant levert een rapport van feitelijke bevindingen op.
9. De instelling draagt er zorg voor dat de in de aanlevering gebruikte aantallen, op een door de instelling te bepalen peilmoment, voor een accountant dan wel de NZa te vergelijken zijn met de aantallen volgens het registratiesysteem dat de instelling gebruikt voor het registreren van de productie.
2. De instelling is verplicht om jaarlijks haar kostprijzen aan te leveren van de (gesloten) dbc-zorgproducten en overige zorgproducten binnen het gereguleerde segment waarvoor een tarief in rekening is of had kunnen worden gebracht.
3. In aanvulling op het tweede lid geldt voor algemene ziekenhuizen en universitaire medische centra dat zij verplicht zijn om jaarlijks ook hun kostprijzen aan te leveren van de (gesloten) dbc-zorgproducten in het vrije segment waarvoor een tarief in rekening is of had kunnen worden gebracht.
4. De instelling is verplicht om uiterlijk 1 september jaar t+1 kostprijzen aan te leveren over jaar t op basis van het werkelijke gerealiseerde volume (in kostendragers) in jaar t.
5. De instelling maakt voor deze aanlevering gebruik van een aanleversjabloon dat als bijlage 2 deel uitmaakt van deze regeling.
6. De instelling levert bovengenoemde kostprijzen aan uitgesplitst naar zorgproducten en onderverdeeld in de volgende kostencategorieën:
• Personeelskosten: MSB
• Personeelskosten: Medisch specialisten (loondienst)
• Personeelskosten: Overig
• Materiële kosten: Kunst- en hulpmiddelen, implantaten
• Materiële kosten: Overig
• Gebouwgebonden kosten
• Medische en overige inventaris
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage medische vervolgopleidingen (mvo)
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage academisch zorg – variabel deel
• Opbrengsten: overige beschikbaarheidbijdrage(n)
• Opbrengsten: overige opbrengsten
• Kosten voor zorg uitgevoerd door derden (voor zorg die geheel of deels wordt uitbesteed)
• Totale directe kosten
• Totale indirecte kosten
De som van de kostencategorieën totale directe kosten en totale indirecte kosten is gelijk aan de som van alle overige kostencategorieën.
7. De kosten voor add-on geneesmiddelen worden per ZI-nummer aangeleverd op een apart tabblad in het aanleversjabloon dat als bijlage 2 aan deze regeling is gehecht. Het betreft hier alleen de materiële kosten van de geneesmiddelen. Toedienings- en bereidingskosten mogen niet aan de kostprijzen van add-ons toegerekend worden. Deze kosten moeten opgenomen worden in de kostprijzen van de dbc-zorgproducten.
8. De instelling draagt er zorg voor dat een accountant de juistheid van de op grond van dit artikel verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt. De gegevens worden gecontroleerd aan de hand van de onderzoeksvragen zoals geformuleerd in Bijlage 1. Dit betreft een COS-4400N onderzoek. De accountant levert een rapport van feitelijke bevindingen op.
9. De instelling draagt er zorg voor dat de in de aanlevering gebruikte aantallen, op een door de instelling te bepalen peilmoment, voor een accountant dan wel de NZa te vergelijken zijn met de aantallen volgens het registratiesysteem dat de instelling gebruikt voor het registreren van de productie.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044002
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl