BWBR0043929
Geldig vanaf 2020-10-01
Artikel 13
Regeling rechtspositie Commissariaat voor de Media en Stimuleringsfonds voor de journalistiek
1. Het is de leden van het Commissariaat in de uitoefening van hun functie verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen.
2. De leden van het Commissariaat onthouden zich van het openbaren van gedachten of gevoelens indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van hun functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
3. De leden van het Commissariaat zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in verband met hun functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt. Deze verplichting duurt voort na het einde van het lidmaatschap van het Commissariaat.
2. De leden van het Commissariaat onthouden zich van het openbaren van gedachten of gevoelens indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van hun functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
3. De leden van het Commissariaat zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in verband met hun functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt. Deze verplichting duurt voort na het einde van het lidmaatschap van het Commissariaat.