BWBR0043914
Geldig vanaf 2020-07-27
Artikel 2
Stimuleringsregeling E-health Thuis COVID-19 2.0
1. De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten in het kader van de duurzame implementatie en borging van e-health toepassingen die bijdragen aan de continuïteit van ondersteuning of zorg op afstand voor thuiswonende cliënten ten tijde van de coronacrisis of tijdens de geleidelijke afschaling van de coronamaatregelen.
2. Voor de e-health toepassingen, bedoeld in het eerste lid, geldt dat deze al structureel door minimaal 100 cliënten of mantelzorgers in Nederland worden gebruikt.
3. De e-health toepassingen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:
a. beeldschermzorg;
b. (tele)alarmering;
c. telemonitoring en telebegeleiding;
d. sloten/sleutelkluisjes;
e. zorgrobot;
f. medicatie;
g. communicatie platform;
h. zelfmanagement;
i. anders,
4. Een aanbieder kan per categorie, bedoeld in het derde lid, slechts eenmaal subsidie aanvragen voor daarmee samenhangende activiteiten.
5. Subsidie wordt op aanvraag verstrekt aan aanbieders met ten minste 50 cliënten.
6. Geen subsidie wordt verstrekt aan aanvragers die op 31 december 2019 een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, punt 18 van Verordening (EU) nr. 651/2014 waren.
7. De periode waarin de activiteit moet worden afgerond bedraagt maximaal 9 maanden.
2. Voor de e-health toepassingen, bedoeld in het eerste lid, geldt dat deze al structureel door minimaal 100 cliënten of mantelzorgers in Nederland worden gebruikt.
3. De e-health toepassingen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:
a. beeldschermzorg;
b. (tele)alarmering;
c. telemonitoring en telebegeleiding;
d. sloten/sleutelkluisjes;
e. zorgrobot;
f. medicatie;
g. communicatie platform;
h. zelfmanagement;
i. anders,
4. Een aanbieder kan per categorie, bedoeld in het derde lid, slechts eenmaal subsidie aanvragen voor daarmee samenhangende activiteiten.
5. Subsidie wordt op aanvraag verstrekt aan aanbieders met ten minste 50 cliënten.
6. Geen subsidie wordt verstrekt aan aanvragers die op 31 december 2019 een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, punt 18 van Verordening (EU) nr. 651/2014 waren.
7. De periode waarin de activiteit moet worden afgerond bedraagt maximaal 9 maanden.