BWBR0043913
Geldig vanaf 21-07-2020
Artikel 4
Regeling Each One Teach One
1. De culturele instelling kan subsidie aanvragen voor een professionaliseringstraject van een urban arts mid career, waarbij de uitvoering van een participatieproject met cultuurmakers onderdeel is van het traject.
2. De urban arts mid career dient minimaal 10 jaar werkervaring binnen het domein van actieve cultuurparticipatie te hebben en zich onder begeleiding van mentoren of coaches door te ontwikkelen als begeleider en coach van cultuurmakers. Hierbij is er expliciet ruimte en aandacht voor het praktisch delen van de opgedane kennis met cultuurmakers, om daarmee op termijn de eigen werkpraktijk – en indirect de actieve cultuurparticipatie – binnen het urban arts domein in het Koninkrijk der Nederlanden verder te versterken.
3. De subsidie moet volledig ten goede komen aan het professionaliseringstraject van de urban arts mid career, met inbegrip van de uitvoering van een participatieproject.
4. Het project start niet eerder dan 13 weken na indiening van de aanvraag.
5. Het project start binnen zes maanden na subsidieverlening.
6. Een project heeft een looptijd van minimaal één jaar en maximaal twee jaar.
2. De urban arts mid career dient minimaal 10 jaar werkervaring binnen het domein van actieve cultuurparticipatie te hebben en zich onder begeleiding van mentoren of coaches door te ontwikkelen als begeleider en coach van cultuurmakers. Hierbij is er expliciet ruimte en aandacht voor het praktisch delen van de opgedane kennis met cultuurmakers, om daarmee op termijn de eigen werkpraktijk – en indirect de actieve cultuurparticipatie – binnen het urban arts domein in het Koninkrijk der Nederlanden verder te versterken.
3. De subsidie moet volledig ten goede komen aan het professionaliseringstraject van de urban arts mid career, met inbegrip van de uitvoering van een participatieproject.
4. Het project start niet eerder dan 13 weken na indiening van de aanvraag.
5. Het project start binnen zes maanden na subsidieverlening.
6. Een project heeft een looptijd van minimaal één jaar en maximaal twee jaar.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043913
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl