BWBR0043903
Geldig vanaf 2020-09-10
Artikel 4
Besluit verwijzingsportaal bankgegevens
1. Onze Minister van Justitie en Veiligheid draagt er zorg voor dat het verwijzingsportaal bankgegevens de in dit artikel genoemde eigenschappen bezit.
2. Het verwijzingsportaal bankgegevens leidt een vordering of een verzoek van een bevoegde autoriteit geautomatiseerd door aan de aangesloten partijen en leidt de van de aangesloten partijen ontvangen gegevens geautomatiseerd door aan de vorderende of verzoekende bevoegde autoriteit.
3. Het verwijzingsportaal bankgegevens leidt een vordering of een verzoek uitsluitend door aan de betreffende aangesloten partijen en leidt de ontvangen gegevens uitsluitend door aan de vorderende of verzoekende bevoegde autoriteit.
4. Het verwijzingsportaal bankgegevens legt voor elke vordering of verzoek en voor elke verstrekking een kenmerk vast aan de hand waarvan kan worden herleid door welke aangesloten partij, aan welke bevoegde autoriteit en op basis van welke wettelijke grondslag gegevens zijn gevorderd, verzocht en verstrekt. De vastlegging vindt op zodanige wijze plaats dat daarin geen gegevens worden opgenomen die herleidbaar zijn tot personen op wie een vordering of een verzoek om identificerende gegevens betrekking heeft en het vastgelegde kenmerk wordt gedurende vijf jaren bewaard.
2. Het verwijzingsportaal bankgegevens leidt een vordering of een verzoek van een bevoegde autoriteit geautomatiseerd door aan de aangesloten partijen en leidt de van de aangesloten partijen ontvangen gegevens geautomatiseerd door aan de vorderende of verzoekende bevoegde autoriteit.
3. Het verwijzingsportaal bankgegevens leidt een vordering of een verzoek uitsluitend door aan de betreffende aangesloten partijen en leidt de ontvangen gegevens uitsluitend door aan de vorderende of verzoekende bevoegde autoriteit.
4. Het verwijzingsportaal bankgegevens legt voor elke vordering of verzoek en voor elke verstrekking een kenmerk vast aan de hand waarvan kan worden herleid door welke aangesloten partij, aan welke bevoegde autoriteit en op basis van welke wettelijke grondslag gegevens zijn gevorderd, verzocht en verstrekt. De vastlegging vindt op zodanige wijze plaats dat daarin geen gegevens worden opgenomen die herleidbaar zijn tot personen op wie een vordering of een verzoek om identificerende gegevens betrekking heeft en het vastgelegde kenmerk wordt gedurende vijf jaren bewaard.