BWBR0043862
Geldig vanaf 17-03-2026
Artikel 3
Regeling vergoedingen politievrijwilligers
1. In afwijking van artikel 2, eerste lid, ontvangt de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die op 31 december 2025 in dienst is en geen opsporingsbevoegdheid bezit of in opleiding is om die opsporingsbevoegdheid te verkrijgen, per uur dat hij in opdracht van het bevoegd gezag daadwerkelijke dienst verricht een vergoeding van € 4,00 netto.
2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, heeft tot en met 2030 eenmalig de keuze om voortaan per uur dat hij in opdracht van het bevoegd gezag daadwerkelijke dienst verricht, de vergoeding, bedoeld in artikel 2, eerste lid, te ontvangen, waarbij geldt dat:
a. de keuze uiterlijk 30 november van het lopend kalenderjaar aan het bevoegd gezag kenbaar wordt gemaakt;
b. toekenning van de vergoeding, bedoel in artikel 2, eerste lid, eerst plaatsvindt met ingang van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin hiervoor de keuze is gemaakt;
c. op een gemaakte keuze niet kan worden teruggekomen.
2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, heeft tot en met 2030 eenmalig de keuze om voortaan per uur dat hij in opdracht van het bevoegd gezag daadwerkelijke dienst verricht, de vergoeding, bedoeld in artikel 2, eerste lid, te ontvangen, waarbij geldt dat:
a. de keuze uiterlijk 30 november van het lopend kalenderjaar aan het bevoegd gezag kenbaar wordt gemaakt;
b. toekenning van de vergoeding, bedoel in artikel 2, eerste lid, eerst plaatsvindt met ingang van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin hiervoor de keuze is gemaakt;
c. op een gemaakte keuze niet kan worden teruggekomen.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043862
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl