BWBR0043850
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 5
Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening
1. Het verzoek voor een afkoelingsperiode wordt toegewezen als voldoende aannemelijk is:
a. dat de cliënt de uit de schuldhulpverlening voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen; en
b. dat de afkoelingsperiode noodzakelijk is in het kader van de schuldhulpverlening en in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers.
2. Het verzoek wordt afgewezen indien:
a. in de tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek, bedoeld in artikel 4, is ingediend, al eerder een afkoelingsperiode is afgekondigd;
b. na indiening van het verzoek, bedoeld in artikel 4, blijkt dat de cliënt de rechtbank heeft verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet, uit te spreken.
3. Bij toewijzing van het verzoek stelt de rechter de duur van de afkoelingsperiode vast met inachtneming van artikel 4, eerste lid.
a. dat de cliënt de uit de schuldhulpverlening voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen; en
b. dat de afkoelingsperiode noodzakelijk is in het kader van de schuldhulpverlening en in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers.
2. Het verzoek wordt afgewezen indien:
a. in de tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek, bedoeld in artikel 4, is ingediend, al eerder een afkoelingsperiode is afgekondigd;
b. na indiening van het verzoek, bedoeld in artikel 4, blijkt dat de cliënt de rechtbank heeft verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet, uit te spreken.
3. Bij toewijzing van het verzoek stelt de rechter de duur van de afkoelingsperiode vast met inachtneming van artikel 4, eerste lid.