BWBR0043827
Geldig vanaf 15-07-2020
Artikel 2
Verordening Covid-19
1. Een advocaat voldoet in het kalenderjaar 2020 aan artikel 4.4, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur als hij ten minste tien opleidingspunten behaalt, waarvan ten minste de helft betrekking heeft op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied.
2. Een advocaat voldoet in het kalenderjaar 2020 aan artikel 4.4, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur als hij ten minste vijf opleidingspunten behaalt op ieder rechtsgebied waarop hij zich in het kalenderjaar 2021 gaat registreren.
3. Artikel 4.4, derde lid, van de Verordening op de advocatuur is van overeenkomstige toepassing.
4. In afwijking van artikel 4.4, vierde lid, van de Verordening op de advocatuur kan een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het eerste lid, in het kalenderjaar 2020 tot een maximum van vijf opleidingspunten worden gecompenseerd met een overschot aan punten uit het kalenderjaar 2019. Een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het tweede lid kan uitsluitend worden gecompenseerd met opleidingspunten op hetzelfde rechtsgebied.
2. Een advocaat voldoet in het kalenderjaar 2020 aan artikel 4.4, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur als hij ten minste vijf opleidingspunten behaalt op ieder rechtsgebied waarop hij zich in het kalenderjaar 2021 gaat registreren.
3. Artikel 4.4, derde lid, van de Verordening op de advocatuur is van overeenkomstige toepassing.
4. In afwijking van artikel 4.4, vierde lid, van de Verordening op de advocatuur kan een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het eerste lid, in het kalenderjaar 2020 tot een maximum van vijf opleidingspunten worden gecompenseerd met een overschot aan punten uit het kalenderjaar 2019. Een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het tweede lid kan uitsluitend worden gecompenseerd met opleidingspunten op hetzelfde rechtsgebied.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043827
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl