BWBR0043801
Geldig vanaf 2020-07-10
Artikel 6
Regeling eenmalige uitkering gemeenten voor maatregelen ter vermindering overlast en criminaliteit asielzoekers
1. Nadat de staatssecretaris de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, stelt de staatssecretaris de uitkering binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.
2. De staatssecretaris kan de uitkering lager vaststellen, indien:
a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de gemeente niet heeft voldaan aan de aan de uitkering verbonden verplichtingen;
c. de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot een specifieke uitkering zou hebben geleid, of
d. de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten.
3. De gemeenten nemen de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie in acht bij de besteding van de specifieke uitkering.
2. De staatssecretaris kan de uitkering lager vaststellen, indien:
a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de gemeente niet heeft voldaan aan de aan de uitkering verbonden verplichtingen;
c. de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot een specifieke uitkering zou hebben geleid, of
d. de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten.
3. De gemeenten nemen de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie in acht bij de besteding van de specifieke uitkering.