BWBR0043770
Geldig vanaf 2020-07-02
Artikel 3
Besluit volmacht en machtiging IMG 2020
1. In afwijking van artikel 2geldt voor de volgende P&O-aangelegenheden dat deze slechts in overeenstemming met de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat kunnen plaatsvinden:
a. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk, aan medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 geldt;
b. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid.
2. In afwijking van artikel 2geldt de volmacht en de machtiging niet voor de volgende P&O-aangelegenheden:
a. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk;
b. vervallen;
c. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
d. beslissingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies, waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende: 1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°. het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie;
3°. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;
4°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
5°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°. het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie;
3°. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;
4°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
5°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
a. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk, aan medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 geldt;
b. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid.
2. In afwijking van artikel 2geldt de volmacht en de machtiging niet voor de volgende P&O-aangelegenheden:
a. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk;
b. vervallen;
c. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
d. beslissingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies, waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende: 1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°. het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie;
3°. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;
4°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
5°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°. het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie;
3°. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;
4°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
5°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.