BWBR0043762
Geldig vanaf 2020-07-01
Artikel 5
Regeling hoofdlijnen beleid en beheer meldkamers
1. Een meldkamer heeft een directieoverleg op gebiedsniveau ten behoeve van de afstemming van het landelijke beleid met het beleid en beheer van de meldkamer en voor de samenwerking tussen de partijen in het werkgebied van de meldkamer.
2. Het directieoverleg bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen in het werkgebied van de meldkamer op directieniveau, en de directeur van de Landelijke Meldkamer Samenwerking.
3. Het directieoverleg:
a. bewaakt de uitvoering van het beleid en beheer op de meldkamer;
b. formuleert de behoeften voor het beleid en beheer en laat zich hierin ondersteunen door een operationeel overleg van de meldkamer, waarin vertegenwoordigers van partijen in het werkgebied van de meldkamer en de Landelijke Meldkamer Samenwerking deelnemen, en brengt deze behoeften ter kennis van de Landelijke Meldkamer Samenwerking;
c. draagt zorg voor de operationele afstemming tussen de partijen in het werkgebied van de meldkamer en het beheer;
d. stemt in met de benoeming van het hoofd meldkamer, tevens voorzitter van het operationele overleg van de meldkamer. De voordracht van deze functionaris vindt plaats door de politie.
4. Het directieoverleg besluit op basis van consensus.
5. Maatregelen in het beheer worden tijdig afgestemd in het operationele overleg van de meldkamer, zodat het effect van de maatregel op de uitoefening van de meldkamerfunctie en de hulpverlening beoordeeld kan worden. Indien de leden van het operationeel overleg niet tot overeenstemming komen, dan vindt over de maatregel besluitvorming plaats in het directieoverleg op gebiedsniveau voordat de maatregel wordt doorgevoerd.
6. Bij bestuurlijk relevante incidenten draagt de Landelijke Meldkamer Samenwerking als beheerder zorg voor de beantwoording van vragen over het beheer van de meldkamer.
7. De leden van het directieoverleg leggen, indien zij niet tot overeenstemming komen, het beslispunt voor aan het Strategisch Meldkamer Beraad, onder vermelding van hun opvatting over het beslispunt. Het Strategisch Meldkamer Beraad neemt op basis van deze inbreng een besluit.
2. Het directieoverleg bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen in het werkgebied van de meldkamer op directieniveau, en de directeur van de Landelijke Meldkamer Samenwerking.
3. Het directieoverleg:
a. bewaakt de uitvoering van het beleid en beheer op de meldkamer;
b. formuleert de behoeften voor het beleid en beheer en laat zich hierin ondersteunen door een operationeel overleg van de meldkamer, waarin vertegenwoordigers van partijen in het werkgebied van de meldkamer en de Landelijke Meldkamer Samenwerking deelnemen, en brengt deze behoeften ter kennis van de Landelijke Meldkamer Samenwerking;
c. draagt zorg voor de operationele afstemming tussen de partijen in het werkgebied van de meldkamer en het beheer;
d. stemt in met de benoeming van het hoofd meldkamer, tevens voorzitter van het operationele overleg van de meldkamer. De voordracht van deze functionaris vindt plaats door de politie.
4. Het directieoverleg besluit op basis van consensus.
5. Maatregelen in het beheer worden tijdig afgestemd in het operationele overleg van de meldkamer, zodat het effect van de maatregel op de uitoefening van de meldkamerfunctie en de hulpverlening beoordeeld kan worden. Indien de leden van het operationeel overleg niet tot overeenstemming komen, dan vindt over de maatregel besluitvorming plaats in het directieoverleg op gebiedsniveau voordat de maatregel wordt doorgevoerd.
6. Bij bestuurlijk relevante incidenten draagt de Landelijke Meldkamer Samenwerking als beheerder zorg voor de beantwoording van vragen over het beheer van de meldkamer.
7. De leden van het directieoverleg leggen, indien zij niet tot overeenstemming komen, het beslispunt voor aan het Strategisch Meldkamer Beraad, onder vermelding van hun opvatting over het beslispunt. Het Strategisch Meldkamer Beraad neemt op basis van deze inbreng een besluit.