BWBR0043755
Geldig vanaf 2020-09-08
Artikel 5
Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendige nieuwbouw Groningen
1. De minister verstrekt op aanvraag aan de eerste eigenaar een vergoeding voor de berekening van de aardbevingsbelasting en vergelijking van de aardbevingsbelasting met de windbelasting indien:
a. uit de berekening blijkt dat de windbelasting van het gebouw hoger is dan de aardbevingsbelasting, en
b. de piekgrondversnelling op de locatie van het nieuwe gebouw tenminste 0,05 g is.
2. De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
a. indien de piekgrondversnelling op de locatie van het nieuwe gebouw minder dan 0,1g is, de daadwerkelijk gemaakte kosten voor de berekening van de aardbevingsbelasting en vergelijking daarvan met de windbelasting met een maximum van € 15.000 per constructieve eenheid;
b. indien de piekgrondversnelling op de locatie van het nieuwe gebouw 0,1g of hoger is, de daadwerkelijk gemaakte kosten voor de berekening van de aardbevingsbelasting, en de vergelijking van de aardbevingsbelasting met de windbelasting en de detailleringskosten met een maximum van € 15.000 per constructieve eenheid.
a. uit de berekening blijkt dat de windbelasting van het gebouw hoger is dan de aardbevingsbelasting, en
b. de piekgrondversnelling op de locatie van het nieuwe gebouw tenminste 0,05 g is.
2. De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
a. indien de piekgrondversnelling op de locatie van het nieuwe gebouw minder dan 0,1g is, de daadwerkelijk gemaakte kosten voor de berekening van de aardbevingsbelasting en vergelijking daarvan met de windbelasting met een maximum van € 15.000 per constructieve eenheid;
b. indien de piekgrondversnelling op de locatie van het nieuwe gebouw 0,1g of hoger is, de daadwerkelijk gemaakte kosten voor de berekening van de aardbevingsbelasting, en de vergelijking van de aardbevingsbelasting met de windbelasting en de detailleringskosten met een maximum van € 15.000 per constructieve eenheid.