BWBR0043743
Geldig vanaf 2020-07-01
Artikel 8
Besluit aanwijzing toezichthouders naleving Wet experiment gesloten coffeeshopketen en verlenen mandaat en machtiging voor uitvoering en handhaving van die wet
1. Aan de Inspecteur-Generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt ten aanzien van het in het kader van het experiment overeengekomen werkterrein van deze dienst mandaat en machtiging verleend om namens de Ministers:
a. een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 9 van de Wet op te leggen;
b. een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 9a van de Wet op te leggen;
c. een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in onderdelen a of b;
d. verweer te voeren ingeval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in onderdeel c;
e. verweer te voeren ingeval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in onderdeel a of b;
f. beleidsregels vast te stellen.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrechtis de Inspecteur-Generaal bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen, behoudens voor wat betreft het vaststellen van beleidsregels als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.
a. een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 9 van de Wet op te leggen;
b. een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 9a van de Wet op te leggen;
c. een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in onderdelen a of b;
d. verweer te voeren ingeval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in onderdeel c;
e. verweer te voeren ingeval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in onderdeel a of b;
f. beleidsregels vast te stellen.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrechtis de Inspecteur-Generaal bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen, behoudens voor wat betreft het vaststellen van beleidsregels als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.