BWBR0043726
Geldig vanaf 2023-10-26
Artikel 3
Besluit Tijdelijke wet Groningen
1. Een voordracht voor schorsing of ontslag als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wetbevat de gronden voor ontslag en wordt niet gedaan dan nadat de voorzitter van het Instituut daarover is gehoord.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de plaatsvervangend voorzitter van het Instituut gehoord indien de voordracht voor schorsing of ontslag de voorzitter betreft.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de plaatsvervangend voorzitter van het Instituut gehoord indien de voordracht voor schorsing of ontslag de voorzitter betreft.