BWBR0043720
Geldig vanaf 2020-07-01
Artikel 5
Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020–2021
1. Het rijksbijdrageplafond voor de jaren 2020–2021 bedraagt in totaal € 200 miljoen.
2. De minister verdeelt het beschikbare bedrag bij elke call in de volgorde van binnenkomst over de aanvragen voor maatregelen die zijn opgenomen in de bijlagebij deze regeling en die volgens de aanvraag binnen één jaar na de verlening van de rijksbijdrage kunnen worden uitgevoerd.
3. Indien na de verdeling, bedoeld in het derde lid, het rijksbijdrageplafond niet is uitgeput, verdeelt de minister het resterende bedrag in de volgorde van binnenkomst over de aanvragen voor maatregelen die zijn opgenomen in de bijlagebij deze regeling en die volgens de aanvraag niet binnen één jaar kunnen worden uitgevoerd.
4. Het tijdstip waarop een gemeente die deel uitmaakt van Vervoerregio Amsterdam of Metropoolregio Rotterdam Den Haag een aanvraag voor maatregelen die zijn opgenomen in de bijlagebij deze regeling indient bij de desbetreffende vervoerregio geldt als tijdstip van de aanvraag voor de maatregelen van deze gemeente.
5. Gedurende de looptijd van deze regeling organiseert de minister hoogstens twee calls.
6. Indien de minister besluit een tweede call te organiseren, wordt het resterende bedrag van het rijksbijdrageplafond na de eerste call verdeeld bij de tweede call, op dezelfde wijze als bij de eerste call. De minister doet mededeling van het resterende bedrag en van de aanvraagperiode voor de tweede call in de Staatscourant.
2. De minister verdeelt het beschikbare bedrag bij elke call in de volgorde van binnenkomst over de aanvragen voor maatregelen die zijn opgenomen in de bijlagebij deze regeling en die volgens de aanvraag binnen één jaar na de verlening van de rijksbijdrage kunnen worden uitgevoerd.
3. Indien na de verdeling, bedoeld in het derde lid, het rijksbijdrageplafond niet is uitgeput, verdeelt de minister het resterende bedrag in de volgorde van binnenkomst over de aanvragen voor maatregelen die zijn opgenomen in de bijlagebij deze regeling en die volgens de aanvraag niet binnen één jaar kunnen worden uitgevoerd.
4. Het tijdstip waarop een gemeente die deel uitmaakt van Vervoerregio Amsterdam of Metropoolregio Rotterdam Den Haag een aanvraag voor maatregelen die zijn opgenomen in de bijlagebij deze regeling indient bij de desbetreffende vervoerregio geldt als tijdstip van de aanvraag voor de maatregelen van deze gemeente.
5. Gedurende de looptijd van deze regeling organiseert de minister hoogstens twee calls.
6. Indien de minister besluit een tweede call te organiseren, wordt het resterende bedrag van het rijksbijdrageplafond na de eerste call verdeeld bij de tweede call, op dezelfde wijze als bij de eerste call. De minister doet mededeling van het resterende bedrag en van de aanvraagperiode voor de tweede call in de Staatscourant.