BWBR0043713
Geldig vanaf 16-06-2020
Artikel 21
Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film
1. De aanvrager dient de financiële bijdrage van het Fonds aantoonbaar in de aankoop van nieuwe buitenlandse arthouse films te investeren. Daarbij geldt dat de filmproductie:
a. een maximum productiebudget van € 5 miljoen heeft; en
b. in het jaar van aankoop geselecteerd is voor één of meerdere toonaangevende internationale festivals, zoals opgenomen in de lijst internationale filmfestivalsvastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl).
2. De filmproducties moeten binnen 18 maanden na subsidieverlening zijn aangekocht en binnen 24 maanden na subsidieverlening een landelijke theatrical release krijgen in minimaal 6 bioscopen en/of filmtheaters alsmede een gedegen non theatrical release.
3. Van de totale bijdrage die voor slate funding wordt verstrekt dient minimaal 40% aan MG’s besteed te worden voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten. De MG die betaald wordt voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten per aangekochte filmproductie is minimaal € 5.000,–.
4. Indien de financiële bijdrage van het Fonds de totale kosten aan MG’s overstijgt, moet de filmdistributeur de resterende middelen besteden aan P&A kosten van de aangekochte filmproducties. In dat geval mag het aandeel in de financiering uit de fondsbijdrage niet hoger zijn dan 50% van de totale P&A kosten van de filmproductie. Per aangekochte filmproductie moet minimaal € 10.000,– aan de P&A kosten worden uitgegeven.
5. Een filmproductie die is verkregen via een zogenaamde sublicentie komt niet in aanmerking;
6. Als de MG naast Nederland ook de rechten voor de Benelux betreft, wordt het MG-bedrag toegerekend in de verdeling 2/3 Nederland, 1/3 België en Luxemburg.
a. een maximum productiebudget van € 5 miljoen heeft; en
b. in het jaar van aankoop geselecteerd is voor één of meerdere toonaangevende internationale festivals, zoals opgenomen in de lijst internationale filmfestivalsvastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl).
2. De filmproducties moeten binnen 18 maanden na subsidieverlening zijn aangekocht en binnen 24 maanden na subsidieverlening een landelijke theatrical release krijgen in minimaal 6 bioscopen en/of filmtheaters alsmede een gedegen non theatrical release.
3. Van de totale bijdrage die voor slate funding wordt verstrekt dient minimaal 40% aan MG’s besteed te worden voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten. De MG die betaald wordt voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten per aangekochte filmproductie is minimaal € 5.000,–.
4. Indien de financiële bijdrage van het Fonds de totale kosten aan MG’s overstijgt, moet de filmdistributeur de resterende middelen besteden aan P&A kosten van de aangekochte filmproducties. In dat geval mag het aandeel in de financiering uit de fondsbijdrage niet hoger zijn dan 50% van de totale P&A kosten van de filmproductie. Per aangekochte filmproductie moet minimaal € 10.000,– aan de P&A kosten worden uitgegeven.
5. Een filmproductie die is verkregen via een zogenaamde sublicentie komt niet in aanmerking;
6. Als de MG naast Nederland ook de rechten voor de Benelux betreft, wordt het MG-bedrag toegerekend in de verdeling 2/3 Nederland, 1/3 België en Luxemburg.
- Citeren als
- Art. 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043713
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl