BWBR0043696
Geldig vanaf 2020-10-01
Artikel 3
Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen
1. Het ontwerp van een zelf ontworpen amateurbouwluchtvaartuig voldoet aan een gelijkwaardig veiligheidsniveau als het veiligheidsniveau dat gewaarborgd wordt door de luchtwaardigheidseisen voor:
a. ballonnen: CS-31HB;
b. zweefvliegtuigen: CS-22;
c. motorzweefvliegtuigen: CS-22;
d. lichte sportvliegtuigen: CS-LSA;
e. zeer lichte vliegtuigen: CS-VLA;
f. kleine vliegtuigen, niet voorzien van een turbinemotor, mits het aantal zitplaatsen niet meer dan 4 bedraagt: CS-23;
g. zeer lichte helikopters: CS-VLR;
h. kleine helikopters, niet voorzien van een turbinemotor, mits het aantal zitplaatsen niet meer dan 4 bedraagt: CS-27; of
i. replica's: oorspronkelijke certificatiebasis.
2. Voor de radiocommunicatie-, navigatie-, en identificatieapparatuur gelden de eisen inzake uitrustingsstukken en de verplichte instrumenten zijn van een toegelaten type.
a. ballonnen: CS-31HB;
b. zweefvliegtuigen: CS-22;
c. motorzweefvliegtuigen: CS-22;
d. lichte sportvliegtuigen: CS-LSA;
e. zeer lichte vliegtuigen: CS-VLA;
f. kleine vliegtuigen, niet voorzien van een turbinemotor, mits het aantal zitplaatsen niet meer dan 4 bedraagt: CS-23;
g. zeer lichte helikopters: CS-VLR;
h. kleine helikopters, niet voorzien van een turbinemotor, mits het aantal zitplaatsen niet meer dan 4 bedraagt: CS-27; of
i. replica's: oorspronkelijke certificatiebasis.
2. Voor de radiocommunicatie-, navigatie-, en identificatieapparatuur gelden de eisen inzake uitrustingsstukken en de verplichte instrumenten zijn van een toegelaten type.