BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.81
Invoeringswet Omgevingswet
1. Als voor de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037885" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Omgevingswet</a>een aanvraag om een omgevingsvergunning of tot wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning is ingediend als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/3.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.16 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>en de aanvraag om verlening of wijziging van de vergunning krachtens <a href="/wet/BWBR0025458/artikel/6.2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6.2 van de Waterwet</a>is ingediend binnen de in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/3.18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.18, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>genoemde termijn van zes weken na de indiening van de eerstbedoelde aanvraag, maar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is op beide aanvragen de Omgevingswet van toepassing.
2. Artikel 4.3 is in dat geval niet van toepassing op de eerstbedoelde aanvraag.
2. Artikel 4.3 is in dat geval niet van toepassing op de eerstbedoelde aanvraag.