BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.80a
Invoeringswet Omgevingswet
1. Als voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>voor de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037885" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Omgevingswet</a>een aanhoudingsplicht is ontstaan op grond van <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/3.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>en voor de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037885" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Omgevingswet</a>nog geen bestemmingsplan of inpassingsplan in ontwerp ter inzage is gelegd, duurt die aanhoudingsplicht totdat:
a. voor een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.49, eerste lid: de termijn, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, is verstreken,
b. voor een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103, tweede lid: de termijn, bedoeld in artikel 4.14, vierde lid, van de Omgevingswet is verstreken,
c. voor een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103, derde of vierde lid, of 4.104, tweede lid: de termijn, bedoeld in artikel 4.16, vijfde lid, van de Omgevingswet is verstreken,
d. voor een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.104a, tweede lid: de termijn, bedoeld in de tweede zin van dat artikellid, is verstreken,
e. voor een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht: het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht in werking is getreden.
2. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, is artikel 4.3als het gaat om de regeling van de duur van de aanhoudingsplicht in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/3.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.3, tweede lid, aanhef en onder a, en vijfde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>en in <a href="/wet/BWBR0005555/artikel/8.9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.9, tweede lid, van de Wet luchtvaart</a>niet van toepassing.
a. voor een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.49, eerste lid: de termijn, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, is verstreken,
b. voor een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103, tweede lid: de termijn, bedoeld in artikel 4.14, vierde lid, van de Omgevingswet is verstreken,
c. voor een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103, derde of vierde lid, of 4.104, tweede lid: de termijn, bedoeld in artikel 4.16, vijfde lid, van de Omgevingswet is verstreken,
d. voor een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.104a, tweede lid: de termijn, bedoeld in de tweede zin van dat artikellid, is verstreken,
e. voor een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht: het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht in werking is getreden.
2. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, is artikel 4.3als het gaat om de regeling van de duur van de aanhoudingsplicht in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/3.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.3, tweede lid, aanhef en onder a, en vijfde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>en in <a href="/wet/BWBR0005555/artikel/8.9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.9, tweede lid, van de Wet luchtvaart</a>niet van toepassing.