BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.50
Invoeringswet Omgevingswet
1. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0006147/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet</a>, wordt het omgevingsplan, nadat het tracébesluit onherroepelijk is geworden, met het tracébesluit in overeenstemming gebracht uiterlijk op het in artikel 22.5 van de Omgevingswet bedoelde tijdstip, of uiterlijk vijf jaar na het onherroepelijk worden van het tracébesluit, als het tracébesluit korter dan vijf jaar voor bedoeld tijdstip onherroepelijk is geworden. <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/2.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 2.8 van de Omgevingswet</a>is van toepassing.
2. Voor zover een ontwerp van een omgevingsplan zijn grondslag vindt in het tracébesluit kunnen zienswijzen geen betrekking hebben op dat deel van het ontwerpplan.
3. Zolang het omgevingsplan nog niet in overeenstemming is met het tracébesluit verleent het college van burgemeester en wethouders aan degenen die inzage verlangen in dat plan ook inzage in het tracébesluit.
2. Voor zover een ontwerp van een omgevingsplan zijn grondslag vindt in het tracébesluit kunnen zienswijzen geen betrekking hebben op dat deel van het ontwerpplan.
3. Zolang het omgevingsplan nog niet in overeenstemming is met het tracébesluit verleent het college van burgemeester en wethouders aan degenen die inzage verlangen in dat plan ook inzage in het tracébesluit.