BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.35
Invoeringswet Omgevingswet
1. Een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004471/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988</a>zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037521" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Erfgoedwet</a>, geldt als een instructie als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/2.34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet</a>, waardoor in het omgevingsplan blijvend wordt voorzien in een beschermingsregime voor het stads- of dorpsgezicht dat is omschreven in die aanwijzing.
2. Tot het omgevingsplan onherroepelijk voorziet in:
a. een verbod op het slopen van in ieder geval de bouwwerken van een stads- of dorpsgezicht die maken dat de groep van onroerende zaken van algemeen belang is wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde, en
b. op de karakteristieken van het beschermde stads- of dorpsgezicht afgestemde beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit,
is voor het slopen een vergunning vereist voor een activiteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet</a>en is de weigeringsgrond, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.16 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037885" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Omgevingswet</a>, van overeenkomstige toepassing.
3. Als een aanwijzing of intrekking als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004471/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988</a>zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037521" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Erfgoedwet</a>, niet van kracht is, blijft het oude recht van toepassing als voor de inwerkingtreding van <a href="/wet/BWBR0037885" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 2.5 van de Omgevingswet</a>een voorstel als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004471/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 35, tweede lid, van de Monumentenwet 1988</a>zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, is verzonden.
2. Tot het omgevingsplan onherroepelijk voorziet in:
a. een verbod op het slopen van in ieder geval de bouwwerken van een stads- of dorpsgezicht die maken dat de groep van onroerende zaken van algemeen belang is wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde, en
b. op de karakteristieken van het beschermde stads- of dorpsgezicht afgestemde beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit,
is voor het slopen een vergunning vereist voor een activiteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet</a>en is de weigeringsgrond, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.16 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037885" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Omgevingswet</a>, van overeenkomstige toepassing.
3. Als een aanwijzing of intrekking als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004471/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988</a>zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037521" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Erfgoedwet</a>, niet van kracht is, blijft het oude recht van toepassing als voor de inwerkingtreding van <a href="/wet/BWBR0037885" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 2.5 van de Omgevingswet</a>een voorstel als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004471/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 35, tweede lid, van de Monumentenwet 1988</a>zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, is verzonden.