BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.22
Invoeringswet Omgevingswet
Deze paragraaf is van toepassing op de handhaving van:
a. het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,
b. het bepaalde bij of krachtens de 1°. Waterwet
2°. Kernenergiewet,
3°. Monumentenwet 1988, voor zover van kracht overeenkomstig artikel 9.1 van de Erfgoedwet,
4°. Ontgrondingenwet,
5°. Wet bescherming Antarctica,
6°. Wet bodembescherming,
7°. Wet geluidhinder,
8°. Wet inzake de luchtverontreiniging,
9°. Wet milieubeheer,
10°. Wet natuurbescherming,
11°. Wet ruimtelijke ordening,
12°. Woningwet, voor zover bij of krachtens die wetten is bepaald dat hoofdstuk 5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is,
1°. Waterwet
2°. Kernenergiewet,
3°. Monumentenwet 1988, voor zover van kracht overeenkomstig artikel 9.1 van de Erfgoedwet,
4°. Ontgrondingenwet,
5°. Wet bescherming Antarctica,
6°. Wet bodembescherming,
7°. Wet geluidhinder,
8°. Wet inzake de luchtverontreiniging,
9°. Wet milieubeheer,
10°. Wet natuurbescherming,
11°. Wet ruimtelijke ordening,
12°. Woningwet,
c. de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden,
d. artikel 92a en artikel 120 van de Woningwet, voor zover dit laatstgenoemde artikel gaat om regels die voortvloeien uit richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen van de Woningwet,
e. het bepaalde bij of krachtens de als gevolg van deze wet vervallen gedeelten van: 1°. de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
2°. de Spoorwegwet,
3°. de Wet lokaal spoor,
4°. de Wet luchtvaart,
5°. de Mijnbouwwet,
1°. de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
2°. de Spoorwegwet,
3°. de Wet lokaal spoor,
4°. de Wet luchtvaart,
5°. de Mijnbouwwet,
f. een gedoogplicht bij of krachtens: 1°. de artikelen 9 en 10 van de Waterstaatswet 1900,
2°. artikel 7, eerste lid, onder b, van de Drinkwaterwet,
3°. artikel 20, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998,
4°. artikel 39a van de Gaswet,
5°. artikel 38 van de Warmtewet,
6°. artikel 23, eerste lid, van de Uitvoeringswet Nederlands-Duits Grensverdrag.
1°. de artikelen 9 en 10 van de Waterstaatswet 1900,
2°. artikel 7, eerste lid, onder b, van de Drinkwaterwet,
3°. artikel 20, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998,
4°. artikel 39a van de Gaswet,
5°. artikel 38 van de Warmtewet,
6°. artikel 23, eerste lid, van de Uitvoeringswet Nederlands-Duits Grensverdrag.
a. het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,
b. het bepaalde bij of krachtens de 1°. Waterwet
2°. Kernenergiewet,
3°. Monumentenwet 1988, voor zover van kracht overeenkomstig artikel 9.1 van de Erfgoedwet,
4°. Ontgrondingenwet,
5°. Wet bescherming Antarctica,
6°. Wet bodembescherming,
7°. Wet geluidhinder,
8°. Wet inzake de luchtverontreiniging,
9°. Wet milieubeheer,
10°. Wet natuurbescherming,
11°. Wet ruimtelijke ordening,
12°. Woningwet, voor zover bij of krachtens die wetten is bepaald dat hoofdstuk 5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is,
1°. Waterwet
2°. Kernenergiewet,
3°. Monumentenwet 1988, voor zover van kracht overeenkomstig artikel 9.1 van de Erfgoedwet,
4°. Ontgrondingenwet,
5°. Wet bescherming Antarctica,
6°. Wet bodembescherming,
7°. Wet geluidhinder,
8°. Wet inzake de luchtverontreiniging,
9°. Wet milieubeheer,
10°. Wet natuurbescherming,
11°. Wet ruimtelijke ordening,
12°. Woningwet,
c. de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden,
d. artikel 92a en artikel 120 van de Woningwet, voor zover dit laatstgenoemde artikel gaat om regels die voortvloeien uit richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen van de Woningwet,
e. het bepaalde bij of krachtens de als gevolg van deze wet vervallen gedeelten van: 1°. de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
2°. de Spoorwegwet,
3°. de Wet lokaal spoor,
4°. de Wet luchtvaart,
5°. de Mijnbouwwet,
1°. de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
2°. de Spoorwegwet,
3°. de Wet lokaal spoor,
4°. de Wet luchtvaart,
5°. de Mijnbouwwet,
f. een gedoogplicht bij of krachtens: 1°. de artikelen 9 en 10 van de Waterstaatswet 1900,
2°. artikel 7, eerste lid, onder b, van de Drinkwaterwet,
3°. artikel 20, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998,
4°. artikel 39a van de Gaswet,
5°. artikel 38 van de Warmtewet,
6°. artikel 23, eerste lid, van de Uitvoeringswet Nederlands-Duits Grensverdrag.
1°. de artikelen 9 en 10 van de Waterstaatswet 1900,
2°. artikel 7, eerste lid, onder b, van de Drinkwaterwet,
3°. artikel 20, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998,
4°. artikel 39a van de Gaswet,
5°. artikel 38 van de Warmtewet,
6°. artikel 23, eerste lid, van de Uitvoeringswet Nederlands-Duits Grensverdrag.