BWBR0043660
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.1
Invoeringswet Omgevingswet
Deze afdeling is, tenzij bij of krachtens dit hoofdstuk anders is bepaald, van toepassing op besluiten op grond van:
a. of met toepassing van de Crisis- en herstelwet,
b. de artikelen 41 en 41a van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet,
c. de artikelen 7a, 40 en 43 van de Mijnbouwwet,
d. de Ontgrondingenwet,
e. artikel 19 van de Spoorwegwet,
f. of met toepassing van de artikelen 5.1, 5.2, 6.2, 6.3, 6.4, 6.5 en 6.10 van de Waterwet,
g. artikel 78, eerste lid, voor zover het gaat om een verordening als bedoeld in artikel 4.7, onder a, van deze wet en artikel 83, van de Waterschapswet, voor zover het gaat om een nadere regel als bedoeld in artikel 4.7, onder b, van deze wet,
h. of met toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,
i. de Wet ammoniak en veehouderij,
j. de artikelen 2 en 6 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
k. de Wet geurhinder en veehouderij,
l. de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden,
m. de artikelen 7 en 12 van de Wet lokaal spoor,
n. paragraaf 1.2, hoofdstuk 7, de artikelen 11.11 en 11.12, hoofdstuk 14 en de artikelen 17.3 en 20.17 van de Wet milieubeheer,
o. de Wet ruimtelijke ordening,
p. de artikelen 6, tweede lid, 7, 7a, 12, tweede en vierde lid, 13, aanhef en onder b, 13a, 92, voor zover het gaat om de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk II, en 92a van de Woningwet.
a. of met toepassing van de Crisis- en herstelwet,
b. de artikelen 41 en 41a van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet,
c. de artikelen 7a, 40 en 43 van de Mijnbouwwet,
d. de Ontgrondingenwet,
e. artikel 19 van de Spoorwegwet,
f. of met toepassing van de artikelen 5.1, 5.2, 6.2, 6.3, 6.4, 6.5 en 6.10 van de Waterwet,
g. artikel 78, eerste lid, voor zover het gaat om een verordening als bedoeld in artikel 4.7, onder a, van deze wet en artikel 83, van de Waterschapswet, voor zover het gaat om een nadere regel als bedoeld in artikel 4.7, onder b, van deze wet,
h. of met toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,
i. de Wet ammoniak en veehouderij,
j. de artikelen 2 en 6 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
k. de Wet geurhinder en veehouderij,
l. de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden,
m. de artikelen 7 en 12 van de Wet lokaal spoor,
n. paragraaf 1.2, hoofdstuk 7, de artikelen 11.11 en 11.12, hoofdstuk 14 en de artikelen 17.3 en 20.17 van de Wet milieubeheer,
o. de Wet ruimtelijke ordening,
p. de artikelen 6, tweede lid, 7, 7a, 12, tweede en vierde lid, 13, aanhef en onder b, 13a, 92, voor zover het gaat om de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk II, en 92a van de Woningwet.