BWBR0043648
Geldig vanaf 2020-06-17
Artikel 2
Instellingsbesluit beoordelingscommissie incidentele middelen voor leerlingendaling in het vo
1. Er is een beoordelingscommissie incidentele middelen voor leerlingendaling in het voortgezet onderwijs.
2. De commissie wordt ingesteld met ingang van 15 juni 2020 en wordt opgeheven met ingang van 1 augustus 2025.
3. De commissie heeft tot taak de minister te adviseren over:
a. de beoordeling van de subsidieaanvragen, bedoeld in artikel 3.4 van de regeling op basis van het beoordelingskader, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, van de regeling;
b. de rangschikking van de subsidieaanvragen die voldoen aan de criteria in het beoordelingskader, bedoeld onder a, volgens de voorschriften, bedoeld in artikel 3.6 van de regeling;
c. de subsidieverlening, bedoeld in artikel 3.9 van de regeling;
d. de tussenrapportages van de deelnemende regio’s, indien de minister daaraan behoefte heeft; en
e. de tussenrapportages en eindevaluatie van het onderzoeksconsortium dat de regionale planvorming en uitvoering van de plannen monitort en evalueert, indien de minister daaraan behoefte heeft.
2. De commissie wordt ingesteld met ingang van 15 juni 2020 en wordt opgeheven met ingang van 1 augustus 2025.
3. De commissie heeft tot taak de minister te adviseren over:
a. de beoordeling van de subsidieaanvragen, bedoeld in artikel 3.4 van de regeling op basis van het beoordelingskader, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, van de regeling;
b. de rangschikking van de subsidieaanvragen die voldoen aan de criteria in het beoordelingskader, bedoeld onder a, volgens de voorschriften, bedoeld in artikel 3.6 van de regeling;
c. de subsidieverlening, bedoeld in artikel 3.9 van de regeling;
d. de tussenrapportages van de deelnemende regio’s, indien de minister daaraan behoefte heeft; en
e. de tussenrapportages en eindevaluatie van het onderzoeksconsortium dat de regionale planvorming en uitvoering van de plannen monitort en evalueert, indien de minister daaraan behoefte heeft.