BWBR0043628
Geldig vanaf 2020-06-12
Artikel 4
Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten
1. Geen recht op een tegemoetkoming heeft degene die:
a. in april 2020 op grond van hoofdstuk 3 of artikel 78f van de Participatiewet een uitkering over die periode heeft ontvangen of toegekend heeft gekregen;
b. in april 2020 een loondervingsuitkering heeft ontvangen;
c. over april 2020 op grond van een buitenlandse wettelijke regeling een uitkering toegekend heeft gekregen die naar aard en strekking vergelijkbaar is met een loondervingsuitkering of een uitkering als bedoeld in onderdeel a;
d. in april 2020 rechtens zijn vrijheid is ontnomen, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Ziektewet; of
e. zich in april 2020 heeft onttrokken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.
2. Artikel 3is van overeenkomstige toepassing op het eerste lid, onderdelen a en b.
a. in april 2020 op grond van hoofdstuk 3 of artikel 78f van de Participatiewet een uitkering over die periode heeft ontvangen of toegekend heeft gekregen;
b. in april 2020 een loondervingsuitkering heeft ontvangen;
c. over april 2020 op grond van een buitenlandse wettelijke regeling een uitkering toegekend heeft gekregen die naar aard en strekking vergelijkbaar is met een loondervingsuitkering of een uitkering als bedoeld in onderdeel a;
d. in april 2020 rechtens zijn vrijheid is ontnomen, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Ziektewet; of
e. zich in april 2020 heeft onttrokken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.
2. Artikel 3is van overeenkomstige toepassing op het eerste lid, onderdelen a en b.