BWBR0043617
Geldig vanaf 2020-06-11
Artikel 3
Instellingsbesluit Adviescommissie praktische rechtsbescherming in belastingzaken
1. De commissie heeft tot taak: het uitbrengen van advies over de wijze waarop de Belastingdienst in belastingzaken uitvoering geeft aan de bestaande middelen van rechtsbescherming, om binnen de wettelijke kaders en de grenzen van de uitvoering de rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers zo goed mogelijk te waarborgen.
2. De adviesaanvraag valt uiteen in drie deelvragen:
a. Hoe is het volgens de commissie in algemene zin met de praktische rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers in belastingzaken gesteld;
b. Welke mogelijkheden tot verbetering van de praktische rechtsbescherming zijn er volgens de commissie, binnen het bestaande wettelijke kader; en
c. Kan extern toezicht op de Belastingdienst volgens de commissie van toegevoegde waarde zijn voor de praktische rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers in belastingzaken en zo ja, op welke wijze(n).
3. In aanvulling op het tweede lid is de commissie bevoegd gedurende het onderzoek aanvullende vragen te formuleren en deze te onderzoeken en te beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.
4. Naar aanleiding van de bevindingen en conclusies is de commissie bevoegd aanbevelingen te doen.
2. De adviesaanvraag valt uiteen in drie deelvragen:
a. Hoe is het volgens de commissie in algemene zin met de praktische rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers in belastingzaken gesteld;
b. Welke mogelijkheden tot verbetering van de praktische rechtsbescherming zijn er volgens de commissie, binnen het bestaande wettelijke kader; en
c. Kan extern toezicht op de Belastingdienst volgens de commissie van toegevoegde waarde zijn voor de praktische rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers in belastingzaken en zo ja, op welke wijze(n).
3. In aanvulling op het tweede lid is de commissie bevoegd gedurende het onderzoek aanvullende vragen te formuleren en deze te onderzoeken en te beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.
4. Naar aanleiding van de bevindingen en conclusies is de commissie bevoegd aanbevelingen te doen.