BWBR0043523
Geldig vanaf 2024-06-11
Artikel 7
Beleidsregel andere dag- en weekindeling op scholen in de G5
1. Een school van een bevoegd gezag dat deelneemt aan het experiment kan pas gebruik maken van de in artikel 3geboden mogelijkheden, nadat de school melding heeft gemaakt bij het onderzoeksbureau van het besluit dat zij voornemens is om de acties uit het plan, bedoeld in artikel 4, vierde lid, onder b, daadwerkelijk ten uitvoer te brengen.
2. De melding bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:
a. de contactgegevens van het bevoegd gezag en van de betreffende school;
b. de dagtekening;
c. een bewijs van instemming van de medezeggenschapsraad op het plan op schoolniveau als bedoeld in artikel 8, eerste lid;
d. een omschrijving van de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om onder voorwaarden af te wijken van de wettelijke voorschriften, genoemd in artikel 3; en
e. de verwachte duur van de afwijking van de wettelijke voorschriften, genoemd in artikel 3 in de vorm van een verwachte startdatum en een verwachte einddatum, waarbij de einddatum niet later ligt dan op 31 juli volgend op de melding.
3. De mogelijkheid gebruik te maken van de in de artikel 3geboden mogelijkheden verloopt op 31 juli van het schooljaar waarin de melding is gedaan. Tijdens de looptijd van het experiment kan een nieuwe melding worden gedaan, waardoor opnieuw gebruik kan worden gemaakt van de in de artikel 3geboden mogelijkheden.
4. Bevoegde gezagsorganen en scholen die deelnemen aan het experiment streven ernaar om zo snel als mogelijk terug te keren naar een situatie waarbij afwijken van de wet niet meer noodzakelijk is en zij maken er dan ook melding van op het moment dat zij terugkeren naar deze situatie.
5. De afmelding, bedoeld in het vierde lid, geschiedt gedurende het schooljaar waarin de melding, bedoeld in het eerste lid, is gedaan als blijkt dat het gebruik van het plan op schoolniveau niet meer noodzakelijk is.
6. De afmelding, bedoeld in het vierde en vijfde lid bevat:
a. de contactgegevens van het bevoegd gezag en de betreffende school;
b. de dagtekening;
c. de situatie die aanleiding is voor het afmelden;
d. een omschrijving van de wijze waarop werd afgeweken van de wettelijke voorschriften, genoemd in artikel 3; en
e. de startdatum en einddatum van de afwijking van de wettelijke voorschriften, genoemd in artikel 3.
2. De melding bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:
a. de contactgegevens van het bevoegd gezag en van de betreffende school;
b. de dagtekening;
c. een bewijs van instemming van de medezeggenschapsraad op het plan op schoolniveau als bedoeld in artikel 8, eerste lid;
d. een omschrijving van de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om onder voorwaarden af te wijken van de wettelijke voorschriften, genoemd in artikel 3; en
e. de verwachte duur van de afwijking van de wettelijke voorschriften, genoemd in artikel 3 in de vorm van een verwachte startdatum en een verwachte einddatum, waarbij de einddatum niet later ligt dan op 31 juli volgend op de melding.
3. De mogelijkheid gebruik te maken van de in de artikel 3geboden mogelijkheden verloopt op 31 juli van het schooljaar waarin de melding is gedaan. Tijdens de looptijd van het experiment kan een nieuwe melding worden gedaan, waardoor opnieuw gebruik kan worden gemaakt van de in de artikel 3geboden mogelijkheden.
4. Bevoegde gezagsorganen en scholen die deelnemen aan het experiment streven ernaar om zo snel als mogelijk terug te keren naar een situatie waarbij afwijken van de wet niet meer noodzakelijk is en zij maken er dan ook melding van op het moment dat zij terugkeren naar deze situatie.
5. De afmelding, bedoeld in het vierde lid, geschiedt gedurende het schooljaar waarin de melding, bedoeld in het eerste lid, is gedaan als blijkt dat het gebruik van het plan op schoolniveau niet meer noodzakelijk is.
6. De afmelding, bedoeld in het vierde en vijfde lid bevat:
a. de contactgegevens van het bevoegd gezag en de betreffende school;
b. de dagtekening;
c. de situatie die aanleiding is voor het afmelden;
d. een omschrijving van de wijze waarop werd afgeweken van de wettelijke voorschriften, genoemd in artikel 3; en
e. de startdatum en einddatum van de afwijking van de wettelijke voorschriften, genoemd in artikel 3.