BWBR0043447
Geldig vanaf 2020-05-01
Artikel 6
Mandaatbesluit IND Ministerie van Justitie en Veiligheid 2020
1. Aan de hoofddirecteur blijft voorbehouden:
a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de kwalitatieve formatie;
b. de bevoegdheid tot het nemen van niet-individuele personeelsbeslissingen;
c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen, met uitzondering van dienstreizen naar België en Luxemburg;
d. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies;
e. de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden of het aanschaffen van ICT-apparatuur of software;
f. de bevoegdheid tot de inkoop en inhuur van producten, middelen en diensten voor bedragen vanaf € 300.000;
g. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto;
h. de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen op de financiële vergoeding in verband met het beëindigen van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:673 BW);
i. de bevoegdheid tot het toekennen van een schadeloosstelling met betrekking tot materiële schade tot een bedrag van € 10.000 (BW).
2. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeur van de directie Bedrijfsvoering en de Chief Information Officer de bevoegdheid verleend tot het aanschaffen van ICT-apparatuur of software voor bedragen tot € 300.000.
3. Onverminderd het eerste en het tweede lid worden in het geval van verhindering of afwezigheid van de hoofddirecteur aan de directeur Bedrijfsvoering de bevoegdheden verleend zoals genoemd onder a tot en met c en e tot en met g van het eerste lid.
4. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeur van de directie Juridische Zaken de bevoegdheid verleend tot inhuur van de dienstverlening van de landsadvocaat.
5. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeuren de bevoegdheid voorbehouden tot het toekennen van een financiële vergoeding in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek, vermeerderd met € 10.000 niet overstijgt.
6. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeuren en hoofden de bevoegdheid voorbehouden tot het toekennen van een schadeloosstelling aan functionarissen, die gebaseerd is op het Burgerlijk Wetboek, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op materiële schade en het bedrag van € 10.000 niet overstijgt.
a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de kwalitatieve formatie;
b. de bevoegdheid tot het nemen van niet-individuele personeelsbeslissingen;
c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen, met uitzondering van dienstreizen naar België en Luxemburg;
d. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies;
e. de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden of het aanschaffen van ICT-apparatuur of software;
f. de bevoegdheid tot de inkoop en inhuur van producten, middelen en diensten voor bedragen vanaf € 300.000;
g. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto;
h. de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen op de financiële vergoeding in verband met het beëindigen van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:673 BW);
i. de bevoegdheid tot het toekennen van een schadeloosstelling met betrekking tot materiële schade tot een bedrag van € 10.000 (BW).
2. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeur van de directie Bedrijfsvoering en de Chief Information Officer de bevoegdheid verleend tot het aanschaffen van ICT-apparatuur of software voor bedragen tot € 300.000.
3. Onverminderd het eerste en het tweede lid worden in het geval van verhindering of afwezigheid van de hoofddirecteur aan de directeur Bedrijfsvoering de bevoegdheden verleend zoals genoemd onder a tot en met c en e tot en met g van het eerste lid.
4. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeur van de directie Juridische Zaken de bevoegdheid verleend tot inhuur van de dienstverlening van de landsadvocaat.
5. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeuren de bevoegdheid voorbehouden tot het toekennen van een financiële vergoeding in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek, vermeerderd met € 10.000 niet overstijgt.
6. Onverminderd het eerste lid wordt aan de directeuren en hoofden de bevoegdheid voorbehouden tot het toekennen van een schadeloosstelling aan functionarissen, die gebaseerd is op het Burgerlijk Wetboek, voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op materiële schade en het bedrag van € 10.000 niet overstijgt.