BWBR0043442
Geldig vanaf 2020-05-01
Artikel 3.7
Subsidieregeling incidentele middelen leerlingendaling vo 2020
1. De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3.1:
a. start uiterlijk op 1 oktober 2021 met de uitvoering van de activiteiten waarvoor hij subsidie heeft aangevraagd;
b. zendt op uiterlijk 1 november 2022 een voortgangsrapportage over de periode 1 augustus 2021 tot 1 augustus 2022 aan de Minister; en
c. zendt op uiterlijk 1 oktober 2025 een eindrapportage over de gehele subsidieperiode aan de Minister.
2. De voortgangsrapportage omvat ten minste een omschrijving van de bestede middelen, de voortgang ten aanzien van de geplande activiteiten, de gerealiseerde doelen over de betreffende periode en een nadere uitwerking van de activiteiten die nog zullen worden ondernomen om een tijdige realisatie binnen de subsidieperiode te waarborgen.
3. Bij wijzigingen in het plan past de penvoerder in de voortgangsrapportage de geplande activiteiten aan. Een inhoudelijke wijziging kan opnieuw worden beoordeeld aan de hand van de criteria van het beoordelingskader. Het subsidiebedrag in de verleningsbeschikking kan alleen naar beneden worden bijgesteld. Indien daarvan sprake is ontvangt de penvoerder een herziene beschikking.
4. De eindrapportage bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag. Het financieel verslag hoeft, in afwijking van artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, niet te zijn voorzien van een controleverklaring.
5. De Minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van de voortgangsrapportage en de eindrapportage.
a. start uiterlijk op 1 oktober 2021 met de uitvoering van de activiteiten waarvoor hij subsidie heeft aangevraagd;
b. zendt op uiterlijk 1 november 2022 een voortgangsrapportage over de periode 1 augustus 2021 tot 1 augustus 2022 aan de Minister; en
c. zendt op uiterlijk 1 oktober 2025 een eindrapportage over de gehele subsidieperiode aan de Minister.
2. De voortgangsrapportage omvat ten minste een omschrijving van de bestede middelen, de voortgang ten aanzien van de geplande activiteiten, de gerealiseerde doelen over de betreffende periode en een nadere uitwerking van de activiteiten die nog zullen worden ondernomen om een tijdige realisatie binnen de subsidieperiode te waarborgen.
3. Bij wijzigingen in het plan past de penvoerder in de voortgangsrapportage de geplande activiteiten aan. Een inhoudelijke wijziging kan opnieuw worden beoordeeld aan de hand van de criteria van het beoordelingskader. Het subsidiebedrag in de verleningsbeschikking kan alleen naar beneden worden bijgesteld. Indien daarvan sprake is ontvangt de penvoerder een herziene beschikking.
4. De eindrapportage bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag. Het financieel verslag hoeft, in afwijking van artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, niet te zijn voorzien van een controleverklaring.
5. De Minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van de voortgangsrapportage en de eindrapportage.