BWBR0043398
Geldig vanaf 2020-04-18
Artikel 10
Tijdelijke subsidieregeling Kennisnetwerk SPV 2020–2024
1. Onverminderd de artikelen 4:68, 4:69en 4:70 van de Algemene wet bestuursrechtgelden de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger:
a. het afronden van de uitvoering van de projecten en producten waarvoor subsidie is verleend uiterlijk op het tijdstip dat daarvoor is bepaald in de beschikking tot subsidieverlening;
b. het onverwijld doen van een schriftelijke mededeling aan de Minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en doelmatige aanwending daarvan, zoals financiering van projecten en producten vanuit andere bronnen en over- en onderschrijdingen van meer dan 10% van het geraamde subsidiebedrag van een project, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen;
c. het onverwijld doen van een schriftelijke mededeling aan de Minister zodra aannemelijk is dat een gesubsidieerd project of product niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of opgeleverd of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
d. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de Minister of door de Algemene Rekenkamer en het desverlangd verstrekken van alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;
e. het de Minister vooraf schriftelijk op de hoogte stellen in geval bekendheid wordt gegeven aan gesubsidieerde projecten, producten of standpunten met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter;
f. het verlenen van medewerking binnen een door de Minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitvoeren van een gesubsidieerd project een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de doelen, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
g. het aan eenieder ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten van een gesubsidieerd project of product onverwijld na afronding van het desbetreffende project of product tegen ten hoogste een vergoeding van de verschaffingkosten; en
h. het in acht nemen van het controleprotocol.
2. De Minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening:
a. verplichtingen opleggen met betrekking tot het geven van bekendheid aan de gesubsidieerde projecten en producten van de subsidieontvanger anders dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, alsmede aan de resultaten ervan;
b. verplichtingen opleggen met betrekking tot het zonder vergoeding verstrekken van de door de Minister benodigd geachte gerichte informatie uit gesubsidieerde projecten en producten van de subsidieontvanger aan de Minister of een door de Minister aangewezen derde;
c. verplichtingen opleggen met betrekking tot het verkrijgen van andere financiële middelen, of
d. andere verplichtingen opleggen die de Minister noodzakelijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.
3. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat:
a. een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde projecten en producten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds;
b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c;
c. geen indirecte staatssteun wordt verleend aan ondernemingen door middel van de subsidie.
a. het afronden van de uitvoering van de projecten en producten waarvoor subsidie is verleend uiterlijk op het tijdstip dat daarvoor is bepaald in de beschikking tot subsidieverlening;
b. het onverwijld doen van een schriftelijke mededeling aan de Minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en doelmatige aanwending daarvan, zoals financiering van projecten en producten vanuit andere bronnen en over- en onderschrijdingen van meer dan 10% van het geraamde subsidiebedrag van een project, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen;
c. het onverwijld doen van een schriftelijke mededeling aan de Minister zodra aannemelijk is dat een gesubsidieerd project of product niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of opgeleverd of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
d. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de Minister of door de Algemene Rekenkamer en het desverlangd verstrekken van alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;
e. het de Minister vooraf schriftelijk op de hoogte stellen in geval bekendheid wordt gegeven aan gesubsidieerde projecten, producten of standpunten met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter;
f. het verlenen van medewerking binnen een door de Minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitvoeren van een gesubsidieerd project een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de doelen, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
g. het aan eenieder ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten van een gesubsidieerd project of product onverwijld na afronding van het desbetreffende project of product tegen ten hoogste een vergoeding van de verschaffingkosten; en
h. het in acht nemen van het controleprotocol.
2. De Minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening:
a. verplichtingen opleggen met betrekking tot het geven van bekendheid aan de gesubsidieerde projecten en producten van de subsidieontvanger anders dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, alsmede aan de resultaten ervan;
b. verplichtingen opleggen met betrekking tot het zonder vergoeding verstrekken van de door de Minister benodigd geachte gerichte informatie uit gesubsidieerde projecten en producten van de subsidieontvanger aan de Minister of een door de Minister aangewezen derde;
c. verplichtingen opleggen met betrekking tot het verkrijgen van andere financiële middelen, of
d. andere verplichtingen opleggen die de Minister noodzakelijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.
3. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat:
a. een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde projecten en producten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds;
b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c;
c. geen indirecte staatssteun wordt verleend aan ondernemingen door middel van de subsidie.