BWBR0043342
Geldig vanaf 2020-04-02
Artikel 4
Regeling specifieke uitkering Samenwerkingsverband Noord-Nederland energiebesparing woningen bouwkundig versterkingsprogramma Groningenveld
1. De Minister kan de verstrekte uitkering terugvorderen:
a. indien de op grond van artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet te verstrekken verantwoordingsinformatie te laat is ontvangen; of
b. voor zover uit de op grond van artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet verstrekte verantwoordingsinformatie blijkt dat: 1°. de daadwerkelijke kosten lager zijn dan de uitkering;
2°. de uitkering niet rechtmatig is besteed; of
3°. de rechtmatigheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is.
1°. de daadwerkelijke kosten lager zijn dan de uitkering;
2°. de uitkering niet rechtmatig is besteed; of
3°. de rechtmatigheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is.
2. Indien sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, stelt de Minister de uitkering op een lager bedrag vast als volledige terugvordering tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden.
3. In de situaties, bedoeld in het eerste lid, kan de Minister het SNN in de gelegenheid stellen de gebreken te herstellen binnen een door de Minister gestelde termijn. Als de gebreken niet binnen de door de Minister gestelde termijn hersteld zijn, vordert de Minister de verstrekte uitkering terug.
a. indien de op grond van artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet te verstrekken verantwoordingsinformatie te laat is ontvangen; of
b. voor zover uit de op grond van artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet verstrekte verantwoordingsinformatie blijkt dat: 1°. de daadwerkelijke kosten lager zijn dan de uitkering;
2°. de uitkering niet rechtmatig is besteed; of
3°. de rechtmatigheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is.
1°. de daadwerkelijke kosten lager zijn dan de uitkering;
2°. de uitkering niet rechtmatig is besteed; of
3°. de rechtmatigheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is.
2. Indien sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, stelt de Minister de uitkering op een lager bedrag vast als volledige terugvordering tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden.
3. In de situaties, bedoeld in het eerste lid, kan de Minister het SNN in de gelegenheid stellen de gebreken te herstellen binnen een door de Minister gestelde termijn. Als de gebreken niet binnen de door de Minister gestelde termijn hersteld zijn, vordert de Minister de verstrekte uitkering terug.