BWBR0043321
Geldig vanaf 18-09-2021
Artikel 20
Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2020
Bij de definitieve vaststelling verdeelt het Zorginstituut het bedrag voor de zorgkantoren voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, als volgt:
a. een bedrag van € 219,70 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het in de Nadere aanwijzing geraamde aantal budgethouders per regio, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat 2020;
b. een bedrag van € 291,17 voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken in 2020, vermenigvuldigd met het in de Nadere aanwijzing geraamde aantal bewuste-keuze gesprekken, wordt verdeeld naar rato van het aantal bewuste-keuze gesprekken zoals opgenomen in de voorlopige vaststelling 2020;
c. een bedrag van € 559,86 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2020 één of meer huisbezoeken worden afgelegd, vermenigvuldigd met het in de Nadere aanwijzing geschatte aantal huisbezoeken, wordt verdeeld naar rato van het aantal huisbezoeken zoals opgenomen in de voorlopige vaststelling 2020;
d. een bedrag van € 6,017 miljoen wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;
e. een bedrag van € 3,868 miljoen voor drie zorgkantoren die in 2020 geen deel uitmaken van een concern wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;
f. een bedrag van € 3,591 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor kosten met betrekking tot het PGB portaal;
g. een bedrag van € 0,614 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor de structurele uitvoeringskosten van het PGB portaal;
h. een bedrag van € 0,686 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor de kosten met betrekking tot de werkzaamheden in het kader van Te goeder trouw;
i. een bedrag van € 1,020 miljoen voor de kosten inzake openstaande vorderingen PGB-AWBZ wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN;
j. een bedrag van € 1,400 miljoen voor de kosten van PGB-indexatie wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN.
a. een bedrag van € 219,70 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het in de Nadere aanwijzing geraamde aantal budgethouders per regio, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat 2020;
b. een bedrag van € 291,17 voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken in 2020, vermenigvuldigd met het in de Nadere aanwijzing geraamde aantal bewuste-keuze gesprekken, wordt verdeeld naar rato van het aantal bewuste-keuze gesprekken zoals opgenomen in de voorlopige vaststelling 2020;
c. een bedrag van € 559,86 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2020 één of meer huisbezoeken worden afgelegd, vermenigvuldigd met het in de Nadere aanwijzing geschatte aantal huisbezoeken, wordt verdeeld naar rato van het aantal huisbezoeken zoals opgenomen in de voorlopige vaststelling 2020;
d. een bedrag van € 6,017 miljoen wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;
e. een bedrag van € 3,868 miljoen voor drie zorgkantoren die in 2020 geen deel uitmaken van een concern wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;
f. een bedrag van € 3,591 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor kosten met betrekking tot het PGB portaal;
g. een bedrag van € 0,614 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor de structurele uitvoeringskosten van het PGB portaal;
h. een bedrag van € 0,686 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor de kosten met betrekking tot de werkzaamheden in het kader van Te goeder trouw;
i. een bedrag van € 1,020 miljoen voor de kosten inzake openstaande vorderingen PGB-AWBZ wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN;
j. een bedrag van € 1,400 miljoen voor de kosten van PGB-indexatie wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043321
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl