BWBR0043308
Geldig vanaf 2020-03-24
Artikel 2
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Mine Action en Cluster Munitie Programma 2020–2024)
1. Voor subsidieverlening in het kader van het Mine Action en Cluster Munitie Programma 2020–2024 geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2024 een subsidieplafond van € 62.278.800, dat als volgt over de afzonderlijke activiteiten wordt verdeeld:
a) € 56 miljoen voor activiteiten gericht op operationele ontmijningsactiviteiten, welke middelen als volgt zijn onderverdeeld: i. € 30 miljoen voor activiteiten in de prioritaire landen Afghanistan, Irak, Jemen, Libanon, Libië, Oekraïne, en Syrië;
ii. € 10 miljoen voor activiteiten in andere landen dan de prioritaire landen;
iii. € 21.278.800 voor activiteiten in het kader van contingency funding;
i. € 30 miljoen voor activiteiten in de prioritaire landen Afghanistan, Irak, Jemen, Libanon, Libië, Oekraïne, en Syrië;
ii. € 10 miljoen voor activiteiten in andere landen dan de prioritaire landen;
iii. € 21.278.800 voor activiteiten in het kader van contingency funding;
b) € 1 miljoen voor activiteiten gericht op capaciteitsopbouw, innovatie, en strategische beleidsbeïnvloeding.
2. Voor subsidieverlening ten laste van het plafond, bedoeld in het eerste lid, sub a), sub ii, komen uitsluitend in aanmerking organisaties die in aanmerking komen voor subsidieverlening ten laste van het plafond, bedoeld in het eerste lid, sub a), sub i..
3. Voor subsidieverlening voor operationele ontmijningsactiviteiten in het kader van contingency funding, bedoeld in het eerste lid, sub a), sub iii., komen uitsluitend in aanmerking organisaties waaraan reeds eerder subsidie is verleend ten laste van de plafonds, bedoeld in het eerste lid, sub a), sub i. en ii..
4. Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:43 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.
a) € 56 miljoen voor activiteiten gericht op operationele ontmijningsactiviteiten, welke middelen als volgt zijn onderverdeeld: i. € 30 miljoen voor activiteiten in de prioritaire landen Afghanistan, Irak, Jemen, Libanon, Libië, Oekraïne, en Syrië;
ii. € 10 miljoen voor activiteiten in andere landen dan de prioritaire landen;
iii. € 21.278.800 voor activiteiten in het kader van contingency funding;
i. € 30 miljoen voor activiteiten in de prioritaire landen Afghanistan, Irak, Jemen, Libanon, Libië, Oekraïne, en Syrië;
ii. € 10 miljoen voor activiteiten in andere landen dan de prioritaire landen;
iii. € 21.278.800 voor activiteiten in het kader van contingency funding;
b) € 1 miljoen voor activiteiten gericht op capaciteitsopbouw, innovatie, en strategische beleidsbeïnvloeding.
2. Voor subsidieverlening ten laste van het plafond, bedoeld in het eerste lid, sub a), sub ii, komen uitsluitend in aanmerking organisaties die in aanmerking komen voor subsidieverlening ten laste van het plafond, bedoeld in het eerste lid, sub a), sub i..
3. Voor subsidieverlening voor operationele ontmijningsactiviteiten in het kader van contingency funding, bedoeld in het eerste lid, sub a), sub iii., komen uitsluitend in aanmerking organisaties waaraan reeds eerder subsidie is verleend ten laste van de plafonds, bedoeld in het eerste lid, sub a), sub i. en ii..
4. Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:43 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.