BWBR0043300
Geldig vanaf 2020-04-01
Artikel 5
Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied klinisch technoloog
1. Tot het gebied van deskundigheid van de klinisch technoloog wordt gerekend het optimaliseren van bestaande technisch-medische handelingen alsmede het ontwerpen en ontwikkelen van nieuwe diagnostische methoden en therapieën met behulp van technologie én het verrichten van complexe technisch-medische handelingen binnen het technisch-medische deelgebied van de geneeskunst waarin de klinisch technoloog is opgeleid.
2. Tot de complexe technisch-medische handelingen, bedoeld in het eerste lid, behoren tevens:
a° onderzoeken en beoordelen van een patiënt als diagnostiek en op basis van de verkregen gegevens het opstellen van een behandelplan;
b° het verrichten van handelingen waartoe de klinisch technoloog op grond van artikel 36 van de wet bevoegd is;
c° uitvoeren van het behandelplan, begeleiden van een patiënt en het verrichten van gangbare en complexe technisch-medische handelingen;
d° het stellen van indicaties en het herkennen van complicaties van gangbare en complexe technisch-medische handelingen en verrichtingen en het daarop anticiperen;
e° verwijzen naar, consulteren van en samenwerken met artsen en met andere gezondheidszorgmedewerkers.
3. De handelingen, bedoeld in het tweede lid onder b, worden uitsluitend verricht voor zover deze handelingen vallen binnen de deskundigheid van gangbare en complexe technisch-medische handelingen als bedoeld in het eerste en tweede lid en deze worden uitgeoefend volgens landelijke geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.
2. Tot de complexe technisch-medische handelingen, bedoeld in het eerste lid, behoren tevens:
a° onderzoeken en beoordelen van een patiënt als diagnostiek en op basis van de verkregen gegevens het opstellen van een behandelplan;
b° het verrichten van handelingen waartoe de klinisch technoloog op grond van artikel 36 van de wet bevoegd is;
c° uitvoeren van het behandelplan, begeleiden van een patiënt en het verrichten van gangbare en complexe technisch-medische handelingen;
d° het stellen van indicaties en het herkennen van complicaties van gangbare en complexe technisch-medische handelingen en verrichtingen en het daarop anticiperen;
e° verwijzen naar, consulteren van en samenwerken met artsen en met andere gezondheidszorgmedewerkers.
3. De handelingen, bedoeld in het tweede lid onder b, worden uitsluitend verricht voor zover deze handelingen vallen binnen de deskundigheid van gangbare en complexe technisch-medische handelingen als bedoeld in het eerste en tweede lid en deze worden uitgeoefend volgens landelijke geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.